Er wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt wanneer de belemmeringen van de inwoner opgelost kunnen worden door inzet van gebruikelijke hulp. De wet definieert dit als hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Hierbij gaat het om normale dagelijks zorg, zoals taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, administratie, schoonmaken of bezoek aan familie, instanties of een arts. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die één huishouden vormt met de persoon die beperkingen in zijn zelfredzaamheid of participatie ondervindt.
Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Dit houdt in dat er zowel van volwassenen als van jonge huisgenoten een bijdrage wordt verlangd in het huishouden. Hierbij houdt de gemeente wel rekening met de ontwikkelingsfase van kinderen.
Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage in de huishouding;
Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke taken, zoals tafel dekken en afruimen, afwassen en afdrogen, boodschappen doen en kleding in de wasmand doen;
Van kinderen van 12 tot en met 17 jaar mag worden verwacht dat zij naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, rommel opruimen, stofzuigen en hun bed kunnen verschonen;
Een huisgenoot van 18 tot en met 22 jaar kunnen een eenpersoonshuishouden voeren;
Vanaf 23 jaar kunnen de huishoudelijke taken volledig overgenomen worden van een huisgenoot die zelf geen huishoudelijke taken kan uitvoeren.
Vanaf 23 jaar vallen begeleidingstaken onder de gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende hulpsituatie met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt. Hierbij gaat het in het algemeen over een periode van maximaal drie maanden.
Bij het bepalen van de hoeveelheid gebruikelijke hulp wordt geen rekening gehouden met drukke werkzaamheden van een huisgenoot, lange werkweken of veel reistijd. Over het algemeen kan alleen rekening gehouden worden met personen die vanwege hun werkzaamheden langdurig van huis zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij internationale vrachtwagenchauffeurs, medewerkers in de offshore of mariniers. Het gaat namelijk te ver deze mensen te dwingen een andere baan of functie te zoeken. De afwezigheid moet wel voldoen aan de volgende kenmerken:’
Het is inherent aan het werk;
Het heeft een verplichtend karakter.
Bij het bepalen van de hoeveelheid gebruikelijke hulp wordt ook geen rekening gehouden met traditionele rolpatronen waarbij bijvoorbeeld één van de partners niets in het huishouden doet.
Een zorgvuldige afweging is altijd vereist, met name in het geval van gebruikelijke hulp van een inwonend kind. Daarbij dient rekening gehouden te worden met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht, met de ontwikkelingsfase van het specifieke kind, met het feitelijke vermogen van het kind om een bijdrage te leveren en de veerkracht van het kind. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld het omgaan met leeftijdgenoten, het doen aan vrijetijdsbesteding en de schoolprestaties. Of er sprake is van gebruikelijke hulp is altijd maatwerk, waarbij rekening gehouden moet worden met de noodzaak tot ondersteuning en de specifieke omstandigheden van de inwoner, zoals zijn persoonskenmerken en zijn gezinssituatie. Is er geen sprake van gebruikelijke hulp, dan wordt verder onderzocht of een maatwerkvoorziening nodig is.
Uitzonderingen
Hulp van niet-inwonende kinderen is geen gebruikelijke hulp, zij maken immers geen deel uit van het gezamenlijke huishouden. Wel kan met hen besproken worden of ze vrijwillige hulp willen en kunnen verrichten. Met de cliënt en het sociale netwerk moet altijd besproken worden wat redelijk is in het kader van gebruikelijke hulp.
Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis dan wel vaardigheden mist om gebruikelijke hulp aan de cliënt te bieden en deze vaardigheden niet kunnen worden aangeleerd wordt van hen geen gebruikelijke hulp verwacht.
Als er sprake is van commerciële kamer(ver)huur, behoort de huurder van de betreffende ruimte niet tot de leefeenheid van degene met de beperkte zelfredzaamheid. Er is geen sprake van gebruikelijke hulp. De huurder wordt wel geacht zijn eigen gehuurde kamer te onderhouden.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.4
Gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning augustus 2022 gemeente Waadhoeke