Van structurele woonoverlast kan pas sprake zijn indien die woonoverlast bij herhaling plaats vindt of een voortdurend karakter heeft en niet kan worden aangenomen dat deze op korte termijn zal stoppen. Van structurele woonoverlast is geen sprake indien deze zich weliswaar bij herhaling voordoet, maar dan telkens van korte duur is en sprake is van intervallen die relatief lang zijn.
Hoofdstuk III
Artikel 3
– Structurele woonoverlast
Onderdeel van Gedragsaanwijzing woonoverlast Gulpen-Wittem