Onverminderd het bepaalde in artikel 9 kunnen burgemeester en wethouders de ligplaatsvergunning intrekken indien:
de gegevens in de vergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie;
het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente, of het landschap verstoort;
het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan eisen van veiligheid en gezondheid;
op de ligplaats voorzieningen aanwezig zijn die niet zijn vermeld op de vergunning;
het woonschip zonder toestemming van burgemeester en wethouders gedurende een periodelanger dan 12 aaneengesloten weken buiten de gemeente verblijft.
HOOFDSTUK 3
Artikel 23
Intrekking ligplaatsvergunning
Onderdeel van Verordening Kraaijenbergse Plassen en Heeswijkse Plas 2022