Het oorspronkelijke Soest werd gevormd door de bebouwing rond de Oude Kerk en het Kerkpad. Het was een aantrekkelijke vestigingsplek als overgang tussen de graslanden van de Eem en de hogere landbouwgrond van de Soester Eng. Rond dit ovaalvormige oude bouwland ontstonden in de loop der tijd de buurtschappen Soestdijk, Het Hart, Den Eng, De Bunt, Hees en De Birkt. Het huidige Soest, dat zich pas na 1920 sterk heett ontwikkeld, bestaat uit de delen Soestdijk, Soest en Soest-Zuid, aaneengeregen langs de spoorlijn Utrecht-Baarn met ieder zijn eigen station.
Soest ligt in het overgangsgebied van de Utrechtse Heuvelrug en het lagere Eemland. De Soester Eng ontstond als een opvallende, ge'isoleerde hoogte tussen de twee andere uitgestrekte stuwwallen van het Gooi en de Heuvelrug, die zo'n 200.000 jaar geleden tijdens de derde ijstijd ontstonden.
De eerste bewoning van Soest bestond uit boerenhoeven die onderhorig waren aan een zogenaamd hot. Dat hot werd bestuurd door een nabijgelegen abdij of klooster. Het hot van Soest lag vrijwel zeker in de Kerkbuurt, een kleine dorpskom rondom de kruising van doorgaande wegen bij de Oude Kerk. Men vermoedt dat het hier gaat om een planmatige aanleg, daterend van voor het jaar 1000. De plaats van het hot en de boerderijen was bijzonder gunstig gekozen: het zogenaamde flankesdorp lag op de grens van de bouwlanden van de Soester Eng en het hooi- en weideland van de Eempolder en op korte atstand van de - voor het transport zo belangrijke - rivier de Eem. Aan het eind van de veertiende eeuw werd de huidige hervormde kerk gebouwd. De hoge toren is vermoedelijk aan het begin van de zestiende eeuw gebouwd.
De hoeven strekten zich langs de rand van de Eng uit, waarbij de boerderijen met hun achterzijde aan de gemeenschappelijke brink lagen. De brink was tot begin 19e eeuw een gemeenschappelijke ruimte en moet een open grasvlakte zijn geweest. Over deze brink liep de Brinkweg, toen niet meer dan een zandpad.
De verkaveling van de Eng vond al vroeg in de Middeleeuwen plaats. Tegenover de boerenerven aan het Kerkpad werd mogelijk bij de stichting van het hot te Soest aan elk van de horige hoeven een brede strook grond op de Eng toegewezen. De paden die de boerderijen met de Eng verbinden bevestigen deze veronderstelling. De oorspronkelijke brede stroken op de Eng zijn op den duur in kleinere percelen uiteengevallen, maar de hootdrichting (ZW NO) is intact gebleven. De dwarsverbindingen over de Eng liepen vanat de boerderijen aan het Kerkpad tot de oude Heerweg: de huidige Molenstraat naar de molen "De Windhond" en de Prins Bernhardlaan, oorspronkelijk de Teits Holleweg genaamd, die deel uitmaakte van een turfweg bestemd voor het turftransport uit het Soesterveen naar de Grote Melm aan de Eem en de Dalweg.
De verkaveling van de graslanden tussen Soest en de Eem moet hebben plaatsgevonden vanat het overgangsgebied naar de hogere zandgronden, waar ook de boerderijen gebouwd werden: vanuit de Brink in noordoostelijke richting.
De oudste verbindingsweg tussen Amersfoort en Soest werd gevormd door de Peter de Bremerweg. Eeuwenlang heeft deze weg de Neerweg geheten: beginnend achter de Oude Kerk, liep deze in de richting van Amersfoort naar beneden toe af.
Het vandaag de dag nog nagenoeg onbebouwde deel van de Eng, het gebied omsloten door de Molenstraat, spoorlijn, Parklaan en Nieuweweg, bezit nog haar agrarische karakter en is van grote cultuurhistorische betekenis. Dit restant open bouwland op de Soester Eng, dat doorsneden wordt door enige landelijke wegen en de gratheuvel het Engherbergje op 18 meter als hoogste punt heett, bezit bovendien nog een aantal waardevolle (zicht)relaties met de omgeving. Zo is er vanat de Eng het zicht op de kerktoren, de relatie tussen de enggrond en de heide en bosgrond van Soest Zuid. Het meest noordelijke restant van de Soester Eng wordt gevormd door de Lazarusberg tussen de Korte Bergstraat en de Waldeck Pyrmontlaan. Het fraaie gezicht op en vanat de Lazarus berg is thans nagenoeg teniet gedaan door de omringende nieuw bouw. Alleen het uitzicht in zuidoostelijke richting, dat wil zeggen over de lengte-as van de Eng, is nog aanwezig.
Soest circa 1900
Middelwijkstraat (1910)
Torenstraat (1952)
De aanleg van de Rijksstraatweg in de eerste helft van de 18de eeuw, betekende dat de nieuwbouwontwikkelingen zich in toenemende mate op de gronden langs deze doorgaande weg gingen concentreren. Een uitbreiding van het landbouwareaal betekende vooral een grotere behoefte aan landarbeiders. De woningen voor de arbeiders werden op de oude landbouwgrond langs de Rijks straatweg of langs het Kerkpad gesitueerd.
In de 18de en 19de eeuw vestigde zich daarnaast een hele andere bevolkingsgroep in Soest. Rijke Amsterdamse en Utrechtse kooplui lieten vanwege de waardevolle natuurlijke omgeving grote villa's bouwen in Soest. Langs de Rijksstraatweg (dee! Burgemeester Grothestraat - Van Weedestraat) verschenen talloze buitenplaat sen. Met name de villa's in een gecombineerde Neo-Renaissance en Chalet-stijl werden veelvuldig in Soest gebouwd.
Mede door de aanleg van de spoorlijn aan het eind van de 19de eeuw groeide ook het aantal forenzen naar Soest. Met een verdere groei van de bevolking verschenen ook meer openbare gebouwen, zoals het gemeentehuis, scholen en gestichten langs de Rijks straatweg (deel Burgemeester Grothestraat - Van Weedestraat - Steenhoffstraat). Het lint langs de Rijksstraatweg vulde zich steeds meer met bebouwing, ook langs het deel van de Rijks straatweg dat nu de Middelwijkstraat heet. Niet alleen oude bouwlandpercelen werden bebouwd, maar ook de terreinen van de vroegere buitenplaatsen en de boerenerven. De relatie vanuit het centrale bebouwde lint met de open ruimten van de Eemvallei en de Eng werd langzaam steeds minder .
In de loop van de 20ste eeuw werden overal langs de Rijksstraat weg woonhuizen verbouwd tot winkels. Op verschillende kruis punten langs het lint ontstonden zo kleine clusters met buurtwinkels. In de Van Weedestraat groeiden de winkelclusters uit tot een van de twee grotere wijkwinkelcentra van Soest. Onder invloed van de groeiende centrumfunctie van de Van Weedestraat zijn na de Tweede Wereldoorlog met name hier veel oude woningen en villa's onder de slopershamer verdwenen, om plaats te maken voor moderne woon- en winkelpanden.
Van Weedestraat (1962)
Vereniging " St. Joseph " (1975)