Als sprake is van een verleend uitstel van betaling op grond van een schuldregelingsovereenkomst, handelt de ontvanger gedurende de periode van uitstel op dezelfde wijze als bij een wettelijke schuldsaneringsregeling.
Als de belastingschuldige verzoekt om kwijtschelding van belastingschulden die materieel zijn ontstaan na de dag van de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst, dan wordt het verzoek behandeld overeenkomstig het bestaande beleid.
Dit houdt onder meer in dat bij de berekening van de in artikel 13 van de regeling bedoelde betalingscapaciteit op het inkomen van de belastingschuldige niet in mindering wordt gebracht dat deel van het inkomen dat onder het financieel beheer door de schuldhulpverlener valt. Verder wordt opgemerkt dat de middelen die onder financieel beheer van de schuldhulpverlener berusten, niet worden beschouwd als vermogen in de zin van artikel 12 van de regeling.
Let op: Rapport Werkgroep Rekenmethode vtlb van Recofa, onderdeel 5.1: na afwijzing kwijtschelding kan aanspraak gemaakt worden op betaling uit de boedel (andere schuldeisers krijgen minder, de gehele aanslag wordt voldaan). Zie tevens artikel 26.2.17 van deze Leidraad.
Artikel 73.5.4.
Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen gemeente Heerde 2022