Het bestuur dat bevoegd is tot handhaving ziet bewust (tijdelijk) af van optreden tegen een overtreding.
Bij het toepassen van de gedoogstrategie wordt altijd als eerste stap gekeken of er samenloop is met andere regelgeving en of het gedogen niet in strijd is met andere wet- en regelgeving. Daarbij wordt gelet op eigen regels maar ook op die van andere overheden.
De vaste jurisprudentie over gedogen van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt hierbij gevolgd. Deze luidt:
“Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in de concrete situatie behoort te worden afgezien”
Hieruit volgt: dat gedogen enkele en alleen in uitzonderlijke en/of spoedeisende situaties kan worden toegepast. Gedogen vindt alleen ‘actief’ plaats. Dit betekent dat hierover een besluit wordt genomen. De ketenpartners waar onder:
Het Openbaar Ministerie;
de Politie;
eventuele andere betrokken instanties.
worden hierover geïnformeerd door toezending van de gedoogbeschikking.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.5
Artikel 5.5.2
Definitie van gedogen:
Onderdeel van Meerjaren Handhavingsprogramma Toezicht & Handhaving in de Openbare Ruimte 2022-2026