Een archeologische begeleiding kan verschillende doelen hebben. Dit is afhankelijk van de plaats van het onderzoek in het AMZ-proces. De voorwaarden en richtlijnen hiervoor staan nader beschreven in de KNA. Tijdens een archeologische begeleiding worden vondst- en spoorgegevens van een (mogelijk aanwezige) vindplaats geregistreerd, zonder dat daarbij sprake is van het aanleggen van sleuven of putten. Archeologische begeleiding wordt uitgevoerd tijdens bodemverstorende activiteiten die om niet-archeologische redenen plaatsvinden en waar gegronde redenen zijn om aan te nemen dat archeologische waarden aanwezig zouden kunnen zijn. Bij vaststelling van archeologische waarden kan een begeleiding alsnog resulteren in een archeologisch opgraving.32Let op: archeologische begeleiding is alleen onder strikte voorwaarden een gangbare onderzoeksmethode. Er moet sprake zijn van een situatie waarin het normale archeologische onderzoekstraject niet kan worden doorlopen.
De volgende mogelijke aanleidingen voor een begeleiding zijn denkbaar:
Wanneer als gevolg van fysieke belemmeringen het niet mogelijk is om adequaat vooronderzoek te doen;
Wanneer er op grond van de beschikbare archeologische informatie wordt geconcludeerd dat het doen van een opgraving niet (meer) nodig is, maar men toch graag het zekere voor het onzekere wil nemen;
Wanneer sprake is van bijzondere onderzoeksvragen bij uitvoeringstrajecten.
In de regel zal de archeologische oogst bij het doen van een dergelijke begeleiding gaan om fragmentarische resten van het lokale bodemarchief. Als echter archeologische resten worden aangetroffen, waarvan men redelijkerwijs kan vermoeden dat het gaat om een vondst van algemeen belang wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde, dan dient de vondst verplicht gemeld te worden bij de RCE. In zeer bijzondere gevallen kan alsnog een professioneel onderzoek worden afgedwongen, maar meestal zal worden gezocht naar een praktische oplossing. Reden om te kiezen voor dit ‘flankerend beleid’ is dat hiermee,
zonder dat er kosten mee zijn gemoeid en zonder dat oponthoud van de werkzaamheden ontstaat, de uitwerking van het beleid wordt getoetst en zo nodig in de toekomst kan worden bijgesteld. Eventuele nieuwe vindplaatsen die hierbij ontdekt worden, kunnen een bijdrage leveren aan de bewoningsgeschiedenis van het gemeentelijk grondgebied.
Hoofdstuk › Paragraaf 7.4
Artikel 7.4.2
Archeologische begeleiding
Onderdeel van Beleidsnota archeologie 2011