Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1

Criteria voor kleine plannen.

Onderdeel van Welstandsnota Gemeente Soest

Zoals in het eerste deel van deze nota is uiteengezet, verplicht het nieuwe artikel 12a van de Woningwet de gemeenteraad om, indien hij op welstand wil laten toetsen, een welstandsnota vast te stellen waarin criteria zijn opgenomen die worden toegepast bij de beoor- deling of een bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Die criteria zijn, zo zegt lid 3 van dat artikel, zoveel mogelijk toegesneden op de onderscheiden categorieën bouwwerken. Deze criteria kunnen verschillen naar gelang de plaats waar een bouw- werk is gelegen. Er zijn dus twee soorten criteria, die op zichzelf of in combinatie met elkaar worden gebruikt: Criteria die te maken hebben met het soort bouwwerk dat gerealiseerd gaat worden, de zgn. objectgerichte criteria. Dat kunnen kleine bouwwerken zijn zoals bijbehorende bouwwerken, maar ook vaker voorkomende bouwwerken zoals scholen of boerderijen en burgerwoningen in het buitengebied; Criteria die voortkomen uit het gebied waar gebouwd gaat worden en die iets zeggen over de relatie met de omgeving (bijv. in een buurt met rode pannen daken moeten ook de bijgebouwen met een rood pannendak worden afgedekt) of over bijzondere, beeldbepalende openbare ruimten. Over de objectgerichte criteria zegt het nieuwe wetsartikel ook nog in lid 4, dat er bij algemene maatregel van bestuur voorschriften kunnen worden gegeven betreffende de categorieën van bouwwerken en de daarop toe te passen welstandscriteria. Vergunningvrije bouwwerken en welstand Bouwwerken die op grond van Bijlage II Besluit omgevingsrecht vergunningvrij zijn, worden niet preventief aan welstand getoetst. Immers: als een bouwwerk vergunningvrij is, is er geen nadere toestemming van de gemeente noodzakelijk. Informatie hierover is ook te vinden op www.omgevingsloket.nl of bij het Omgevingsloket van de gemeente. De gemeente kan alleen achteraf ingrijpen als het bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Nieuw beleid is maatgevend In vele gevallen wordt door de aanvrager verwezen naar vergelijkbare en uitgevoerde goedgekeurde bouwwerken, die voltooid zijn toen er nog een andere regelgeving was. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, dan wel ambtelijk, toetst nu volgens de huidige regelgeving en zal daar alleen van afwijken wanneer aantoonbaar aansluiting bij eerdere verbouwingen in de directe omgeving een betere eenheid oplevert dan het voorgestelde bouwwerk. Te denken valt aan een huizenrij waar alle dakkapellen die geplaatst zijn identiek zijn, maar volgens de huidige regelgeving één pan te hoog liggen. Een nieuwe dakkapel in dezelfde huizenrij volgens dezelfde regels zou dan een dissonant worden. Om een duidelijke toetsing mogelijk te maken kiest de gemeente er voor dat het nieuwe beleid maat- gevend is. Bouwwerken Dit hoofdstuk geeft inzicht in de regels omtrent een aantal veel voorkomende bouwwerken. In deze gevallen geldt uiteraard ook geen preventieve welstandstoets. Dit is de zgn. excessenregeling op grond van artikel 12a lid 1 van de Woningwet. Passen de bouwwerken niet binnen de voorwaarden, dan zijn ze in de meeste gevallen omgevingsvergunningplichtig en moeten aan de criteria voor kleine plannen worden getoetst. Het gaat om de volgende bouwwerken: Bijbehorende bouwwerken; Kozijn- of gevelwijzigingen; Dakkapellen; Erf- of perceelsafscheidingen; Rolluiken, rolhekken of luiken; Schotelantennes; Zonnepanelen- of collectoren; Dakramen. Wanneer een vergunning moet worden aangevraagd is het bestemmingsplan op de eerste plaats maatgevend voor wat betreft af- metingen, voorgevelrooilijnen etc. Als dat geen bezwaar oplevert, dan zal het bouwplan aan de criteria voor kleine plannen worden getoetst. Voldoet het plan daar niet aan, dan wordt de indiener van de aanvraag in overweging gegeven het plan aan te passen. Als er redenen zijn om van de criteria voor kleine plannen af te wijken, omdat er sprake is van een bijzondere situatie of omdat er twijfel bestaat aan de toepasbaarheid er van, dan kan, al dan niet op verzoek van de aanvrager, het bouwplan mede worden getoetst aan de beoordelingsaspecten uit deze nota. Systematiek Bij de opzet van de criteria voor kleine plannen is onderscheid gemaakt tussen de voor- en/of achterkant. De voorkant is de voorgevel en/of de zijgevel gekeerd naar openbaar toegankelijk gebied. De achterkant is de achtergevel en de zijgevel die niet is gekeerd naar openbaar toegankelijk gebied. De criteria voor kleine plannen hebben betrekking op de plaatsing, vorm, maatvoering en materiaal- en kleurgebruik. Indien gewenst, worden de criteria voor kleine plannen bijgesteld op basis van de gebiedsgerichte criteria. Daaraan zal in het bij- zonder behoefte bestaan bij beeldbepalende elementen die tot een hoger welstandsniveau leiden, bij een beschermd stads- of dorpsgezicht of bij een afwijkende bebouwingstypologie (vb. 70-er jaren woningbouw, waarbij het bij- en aanbouwen aan de voorzijde gebruikelijk was). Indeling Per categorie wordt een overzicht gegeven hoe met de welstandstoets bij de kleine plannen criteria wordt omgegaan. Eerst wordt gekeken of een bouwwerk eenzelfde uitstraling heeft als het ontwerp van de architect, die het project oorspronkelijk ontworpen heeft, waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is afgegeven. Als tweede wordt gekeken of een vergelijkbaar en goedgekeurd voorbeeld in de omgeving dat korter dan 5 jaar geleden is vergund of wanneer dat niet het geval is, er voor dat ontwerp reeds eerder een positief advies is uitgebracht (zoals bij een vooroverleg). De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan een ontwerp als trendsetter aanmerken en vervolgens toekomstige plannen aan dit voorbeeld toetsen. Wanneer een dergelijk voorbeeld niet aanwezig is, wordt het plan getoetst aan de criteria voor kleine plannen. Er wordt vervolgens verwezen naar de gebiedsgerichte criteria, die minder of meer eisen kunnen inhouden voor het betreffende bouwwerk op een bepaalde locatie. Criteria voor bijbehorende bouwwerken aan de voorkant Bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van de aan- of uitbouw waarop de aanvraag om vergunning betrekking heeft, al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, worden de volgende criteria toegepast: Het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project oorspronkelijk ontworpen heeft, waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is afgegeven. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 2; Het bouwwerk is overeenkomstig een bestaand bijbehorend bouwwerk in hetzelfde bouwblok dan wel bij een gelijke woning, die minder dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 3; Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Plaatsing gebouwd aan: de oorspronkelijke voorgevel; de zijgevel. Vorm rechthoekige hoofdvorm; geen doorgetrokken dakvlakken van het hoofdgebouw; kapvorm plat of dezelfde dakhelling en nokrichting als het hoofdgebouw; gevelgeleding en de indeling van profielen en kozijnen gelijkaan die van het hoofdgebouw. Maatvoering daktrim, bovendorpel of boeiboord maximaal 0,25 m hoog; Voorzover in het bestemmingsplan niet specifiek geregeldvoor wat betrefterkers en ingangspartijen: aan de voorgevel: de breedte niet meer is dan 50 % van de breedtevan de voorgevel, dan wel niet breder is dan het bestaande raam waarvoor de aan-of uitbouwin de plaats komt; aan de voorgevel niet dieper dan 1,50 m. Materiaal/Detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw of; als het een serre betreft, van glas. Kleur overeenkomstig met het hoofdgebouw. Criteria voor bijbehorende bouwwerken aan de achterkant Bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van de aan- of uitbouw waarop de aanvraag om vergunning betrekking heeft, al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, worden de volgende criteria toegepast: Het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project oorspronkelijk ontworpen heeft, waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is afgegeven. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 2; Het bouwwerk is overeenkomstig een bestaand bijbehorend bouwwerk in hetzelfde bouwblok dan wel bij een gelijke woning, die minder dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 3; Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Plaatsing aan- of uitbouw aan de achtergevel mag de zijgevelniet overschrijden, tenzijer sprake is van een hoekaanbouw. Vorm rechthoekige hoofdvorm; geen doorgetrokken dakvlakken van het hoofdgebouw; kapvorm plat of dezelfde dakhelling en nokrichting als het hoofdgebouw; gevelgeleding en de indeling van profielen en kozijnen gelijkaan die van het hoofdgebouw. Maatvoering daktrim, bovendorpel of boeiboord maximaal 0,25 m hoog. Materiaal/Detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw of; als het een serre betreft, van glas Kleur overeenkomstig het hoofdgebouw. Kozijn- of gevelwijzigingen Bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van de kozijn- of gevelwijziging waarop de aanvraag om vergunning betrekking heeft, al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, worden de volgende criteria toegepast: Het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project oorspronkelijk ontworpen heeft, waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is afgegeven. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 2; Het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande kozijn- of gevelwijziging in hetzelfde bouwblok dan wel bij een gelijke woning, die minder dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 3; Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Vorm zonder aantasting van de bestaande gevelopening. Maatvoering profielmaten gelijk of nagenoeg gelijk aan de bestaande kozijnonderdelen. Materiaal/Detaillering overeenkomstig bestaande kozijnen. Kleur overeenkomstig bestaande kozijnen. Dakramen Bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van de dakramen waarop de aanvraag om vergunning betrekking heeft, al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, worden de volgende criteria toegepast: Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Plaatsing en maatvoering geen uitstekende dakramen in hellende daken (vlak aanbrengen met dezelfde hellingshoek als het dak); onderkant meer dan 0,5 m boven de dakvoet; bovenkant meer dan 0,5 m onder de daknok; zijkanten minimaal 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak (grenzen eigen dakvlak); maximale afmeting 2 m² Dakkapellen aan de voorkant Bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van de dakkapel waarop de aanvraag om vergunning betrekking heeft, al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, worden de volgende criteria toegepast: Het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project oorspronkelijk ontworpen heeft, waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is afgegeven. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 2; Het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande dakkapel in hetzelfde bouwblok dan wel bij een gelijke woning, die minder dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 3; Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Algemeen op een blok woningen moeten dakkapellen hetzelfde zijn qua rangschikking op horizontale lijn,vorm, detaillering, materiaalgebruik en kleur. Plaatsing de hoogtemaatvoering in het dakvlakovereenkomstig de trendsetter in hetzelfde bouwblok; onderkant meer dan 0,5 m en niet meer dan 1 m boven de dakvoet; bovenkant meer dan 0,5 m onder de daknok; zijkanten minimaal 1 m vande zijkanten vanhet dakvlak (grenzen eigen dakvlak); boeiboord dakkapel tenminste 0,5 m vanaf de hoekkeper vrijhouden; bij meerdere dakkapellen tenminste 1 meter uit elkaar en rangschikking op horizontale lijn; niet geplaatst in het bovenstegedeelte van een mansardekap of ander gekniktdakvlak. Vorm plat dak of bij een dakhelling van meer dan 45˚platdak of aangekapt; zijwanden ondoorzichtig; overstek zoveelmogelijk gelijk aande woning; boeiboord gelijkaan de woning(maximaal 0,25m); geen borstwering. Maatvoering breedte maximaalde helft van de breedtevan het dakvlak; hoogte maximaal 2,5 m bovende bovenzijde van de goot. Materiaal/Detaillering overeenkomstig de woning. Kleur schilderwerk overeenkomstig de woning. Dakkapellen aan de achterkant Bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van de dakkapel waarop de aanvraag om vergunning betrekking heeft, al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, worden de volgende criteria toegepast: Het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project oorspronkelijk ontworpen heeft, waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is afgegeven. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 2; Het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande dakkapel in hetzelfde bouwblok dan wel bij een gelijke woning, die minder dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 3; Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Plaatsing onderkant meer dan 0,5 m boven de dakvoet; bovenkant meer dan 0,5 m onder de daknok; zijkanten minimaal 0,5 m vande zijkanten vanhet dakvlak (grenzen eigen dakvlak). boeiboord dakkapel tenminste 0,25 m vanaf de hoekkeper vrijhouden; bij meerdere dakkapellen rangschikking op horizontale lijn; niet geplaatst in het bovenstegedeelte van een mansardekap of ander gekniktdakvlak; indien aangekapt het hoogste punt niet rechtstreeks uit de daknok. Vorm plat dak of bij een dakhelling van meer dan 45˚platdak of aangekapt; zijwanden ondoorzichtig; overstek zoveelmogelijk gelijk aande woning; boeiboord als de woning(maximaal 0,25m); geen borstwering Maatvoering hoogte maximaal 2,5 m bovende bovenzijde van de goot. Materiaal/Detaillering overeenkomstig de woning Kleur schilderwerk overeenkomstig de woning Erfafscheiding en perceelafscheiding Bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van de erfafscheiding en perceelafscheiding waarop de aanvraag om vergunning betrekking heeft, al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, worden de volgende criteria toegepast: Het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project oorspronkelijk ontworpen heeft, waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is afgegeven. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 2; Het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande erf- of perceelafscheiding in hetzelfde bouwblok dan wel bij een gelijke woning, die minder dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 3; Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Algemeen Afstemmen op erfafscheidingen van de belendingen en het karakter van het gebied. Rolluiken Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is. Bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van de rol- luiken waarop de aanvraag om vergunning betrekking heeft, al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, worden de volgende criteria toegepast: Het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project oorspronkelijk ontworpen heeft, waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is afgegeven. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 2; Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Plaatsing Aan de buitengevel, mits plaatsing aan debinnenzijde niet mogelijk is; op beganegrond voor minimaal 75 % bestaat uit glasheldere doorkijkopeningen; rolkasten, geleidingen en rolhekken in de architectuur van de gevel worden ingepast. Kleur ingetogen kleurgebruik. (Schotel)antenne Bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van de (schotel)antenne waarop de aanvraag om vergunning betrekking heeft, al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, worden de volgende criteria toegepast: Het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project oorspronkelijk ontworpen heeft, waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is afgegeven. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 2; Het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande schotelantenne in hetzelfde bouwblok dan wel bij een gelijke woning, die minder dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 3; Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Plaatsing antennes bij voorkeur aan een achtergevel bevestigd, in ieder gevalachter de voorgevellijn geplaatst; niet aangebracht aan monumenten of beeldbepalende panden; maximaal één spriet-, staaf- of schotelantenne aan, op of bij eenwoning/pand. Maatvoering niet hoger dan vergunningvrij is toegestaan Vormgeving antenne en bijbehorende voorzieningen (mast, bedrading, tuidraden etc.) als één geheel vormgeven; indien zichtbaar vanaf de weg of hetopenbaar groen zo onzichtbaar mogelijk. beperken van het aantal tuidraden. Bij bevestiging aan gevel geen tuidraden (stabliteit wordt behaald uit de bevestiging aan de gevel); geperforeerde schotel. Materiaal en kleur materiaal en kleur onopvallend en aanvaardbaar in relatie tot de omgeving, geen felle contrasterende kleuren, maar antractiet of donker groen Zonnepaneel of -collector Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is. Bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van het zonnepaneel of -collector waarop de aanvraag om vergunning betrekking heeft, al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, worden de volgende criteria toegepast: Het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project oorspronkelijk ontworpen heeft, waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is afgegeven. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 2; Het bouwwerk is overeenkomstig een bestaand zonnepaneel of –collector in hetzelfde bouwblok dan wel bij een gelijke woning, die minder dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund. Indien dit niet van toepassing is, geldt punt 3; Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Plaatsing er zijn geen andere zonnepanelen of –collectoren in hetzelfde dakvlak van het bouwblok of het zonnepa- neel of de zonnecollector is regelmatig op een horizontale lijn gerangschikt ten opzichte van deze andere zonnepanelen- of collectoren; Indien het zonnepaneel of de zonnecollector in of direct op een schuin dakvlak, dan dient te worden voldaan aan de volgende twee richtlijnen: het zonnepaneel of de zonnecollector wordt geplaatst binnen het vlak van het dak (en steekt er dus niet voorbij); de hellingshoek van het zonnepaneel of de – collector is hetzelfde als de hellingshoek van het dakvlak waarop of –aan deze is geplaatst. Indien de collector of het paneel niet één geheel vormt met de installatie voor het opslaan van het water of het omzetten van de opgewekte electriciteit: installatie aan binnenzijde van een bouwwerk plaatsen. Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden van de MIP-lijst. (zie bijlage voor volledige adressenlijst)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel