Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.5

Gebiedsbeschrijvingen

Onderdeel van Welstandsnota Gemeente Soest

Een belangrijk aspect bij de beoordeling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is de inpassing en aansluiting bij de gebiedskarakteristiek. In de hiernavolgende paragrafen zijn de karakteristieken van de afzonderlijke deelgebieden beknopt beschreven. Hierbij komen steeds de stedenbouwkundige structuur, bebouwingskarakteristiek, groenstructuur en eventuele bijzonderheden aan bod. Eerst zijn de beschermde dorpsgezichten beschreven, vervolgens de beeldkwaliteitplannen en als laatste de reguliere gebieden. Van de ontwikkelingsgebieden is geen beschrijving. De kleur van de balk onderin correspondeert met de kleur op de kaart met de gebiedsindeling. A. Oude Kerk en omgeving In 1966 heeft het Rijk in Soest een beschermd dorpsgezicht aangewezen rond de Oude Kerk: de Kerkebuurt. Het gebied wordt globaal begrensd door de Torenstraat aan de oostzijde. Aan de westzijde vallen enkel percelen aan de Eemstraat en Peter van de Breemerweg binnen het gebied. De Kerkebuurt in Soest is een kleine historische kern. Een van de meest karakteristieke panden hier is het voormalige Oude Mannen en Vrouwenhuis, uit 1782. Het hoogteverschil en de afleesbaarheid van de cultuurhistorische ontwikkeling maken de Kerkebuurt tot een karakteristieke plek in Soest. De forse oude boomgroepen, en in niet mindere mate de hagen, dragen eveneens bij aan de karakteristiek, vooral omdat ze opvallend in het zicht liggen. Doordat het beschermde dorpsgezicht vanaf de Torenstraat als onderbreking in de rijkswegbebouwing en begeleiding met bomen duidelijk opvalt en duidelijk lager ligt, wordt de identiteit van de Kerkebuurt benadrukt. Beschermd Dorpsgezicht B. Kerkpad, de Soester Brink Het beschermde dorpsgezicht wordt gevormd door een zone van de Soester Brink en is globaal begrensd door de Korte Melmweg, de Lange Brinkweg, de Korte Middelwijkstraat en het Kerkpad NZ/ZZ. Het gebied vormt een overgangszone tussen de bouwlanden van de Eng en de graslanden van de Eempolder en vormde de langgerekte voormalige Brink van Soest. In het zuiden grenst het gebied aan de Kerkebuurt. Een nauwkeurige lokalisering van het gebied werd aangetroffen in een document uit 1557. Gezien de structurele gaafheid van het gebied, met de hierin nog aanwezige boerderijen, moet het als cultuurhistorisch waardevol worden aangemerkt. Beschermd Dorpsgezicht C. De Soester Eng Het betreft hier het belangrijkste restant van De Soester Eng. Het gebied wordt globaal begrensd door de spoorlijn aan de oost- en zuidzijde en de achterzijde van de kavels aan de Molenstraat en Nieuweweg. Dit nagenoeg onbebouwde gebied bezit nog het agrarische karakter en is van grote cultuurhistorische betekenis voor de identiteit van Soest. De verkaveling dateert uit de vroege middeleeuwen. Het restant van de Soester Eng, als hoger gelegen open bouwland doorsneden door enige landelijke wegen met het Enghenbergje als hoogste punt, bezit naast haar eigen cultuurhistorische waarden nog een aantal waardevolle relaties met de omgeving. Genoemd in dit verband wordt het zicht vanaf de Eng op de Kerktoren, de relatie tussen de Enggrond en Soest-Zuid en die tussen het Enghenbergje en de Lazarusberg. Beschermd Dorpsgezicht D. De Birkt Het gebied ligt aan weerszijden van de Birkstraat aan de oostzijde van Soest. Naast de boerderijstrook langs het Kerkpad wordt een dergelijke situatie eveneens aangetroffen langs de Birkstraat. Deze strook kan als de meest gave concentratie van boerderijen worden beschouwd, gekarakteriseerd door monumentale boerderijen en oprijlanen. Bij enkele boerderijen zijn de schaapskooien nog aanwezig die in relatie staan tot de in deze omgeving vroeger aanwezige heidevelden. Het gebied heeft een open agrarisch karakter. Mede omdat door de recente ruilverkaveling in dit gebied het agrarische gebruik en dito bestemming van een aantal percelen is beperkt, moet een verdere teloorgang van dit gebied worden voorkomen. Ruimtelijk is de grens van het te beschermen gebied vastgesteld op een afstand van 250 m uit het hart van en evenwijdig aan de Birkstraat. Beschermd Dorpsgezicht E. De Paltz, de Kleine Paltz en omgeving Dit gebied ligt ten zuiden van de spoorlijn Utrecht- Amersfoort en wordt aan de overige zijden begrensd door de voormalige militaire vliegbasis en het oefenterrein van Soesterberg. Het landgoed de Paltz werd vroeger de “Grote Eng” genoemd maar komt op een kaart uit 1698 van du Roy voor als “Hoogh Hees”. Het heeft dan nagenoeg dezelfde omtrek als de huidige Paltz en vormt een soort enclave in het woeste heide- en duingebied uit die tijd. De structuur van de verkaveling van de landbouwgronden met een vijftal hofsteden is nog steeds herkenbaar binnen het rechte lanenstelsel. De naam Paltz is van Duitse oorsprong. In 1874 liet Copijn er een landschapspark aanleggen met bijzondere boomsoor- ten waaronder een sequoia en andere waardevolle elementen. Aansluitend wordt ten oosten van de Soesterbergsestraat een gebied van cultuurhistorische waarde aangetroffen waar de grafheuvels zich bevinden. Beschermd Dorpsgezicht F. Het Landgoed Pijnenburg en Op Hees Het gebied ligt ten westen van de kern Soest en wordt begrensd door de Biltseweg, de Wieksloterweg, de Dolderseweg en de grens met de gemeente Bilthoven. De kaart geeft nog exact het gebied aan dat in opdracht van de St. Paulus abdij van Utrecht vanaf 1399 is verkaveld als veen-ont- ginningsgebied met als basis de Zoom. De 14de eeuwse strokenontginning is nagenoeg geheel in tact. Het veengebied dat vroeger Laag Hees werd genoemd, werd verdeeld in 6 hoeven. Op de kaart van du Roy uit 1698 wordt de strokenontginning parallel aan de Wieksloterweg en de 6 hofsteden bij de Zoom aangegeven. In de 18de eeuw komt het gebied in bezit van de eigenaar van Pijnenburg die er gedeeltelijk parkbos van maakte. Ook het Spiehuis (op een wigvormig perceel), stamt uit die tijd. Beschermd Dorpsgezicht G. De Grote Melm Dit gebied ligt ten noordoosten van Soest aan de Eem en tegen de grens met de gemeente Amersfoort. Een voor de nederzettingshistorie van Soest zeer belangrijke plaats, aangelegd als los- en laadplaats ten behoeve van het vervoeren van turf afkomstig uit het Soesterveen. Beschermd Dorpsgezicht H. Het gebied Kostverloren Het gebied wordt begrensd door de Praamgracht (nu verlengde van de Jachthuislaan) en bestaat uit bebouwing die van waarde is als voorbeeld van de oude bebouwing binnen de grenzen van het landgoed Pijnenburg. Aan de Beckeringhstraat ligt nog de buitenplaats in landschapsstijl, de Eikenhorst, die oorspronkelijk uit 1745 dateert. Beschermd Dorpsgezicht I. Omgeving Egghermonde, Oude Tempel, het Cenakel en het Kontakt de Kontinenten Het gebied ligt ten noordoosten van de kern Soesterberg en wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door de Amersfoortsestraat en Richelleweg. Aan de overige zijden vormt de bebouwde kom van Soesterberg de begrenzing. De villabebouwing aan de Oude Tem- pellaan is onderdeel van het beschermde dorpsgezicht. Het beschermde dorpsgezicht is een aaneengesloten reeks van buitenplaatsen aangelegd op de midden 17de eeuwse vakkenver- kaveling van de Amersfoortsestraat. Deze buitenplaatsen vormen tezamen het belangrijkste cultuurhistorisch waardevolle gebied in Soesterberg. Bij het landhuis Egghermonde is de oorspronkelijke tuinaanleg herkenbaar, op het terrein van het Cenakel en het Kon- takt der Kontinenten is de lanenstructuur met oude bomen herkenbaar die vroeger deel uitmaakte van de buitenplaats op deze plek. Beschermd Dorpsgezicht I. Centrale lint Het deelgebied beslaat weerszijden van een deel van de Burgemeester Grothestraat, Van Weedestraat, Steenhoffstraat, Middelwijk- straat en Torenstraat. Het Centrale lint is een van de vroegere bebouwingslinten van Soest. Het dorp werd gevormd door de bebouwing rond de Oude Kerk en het Kerkepad. De aanleg van de Rijksstraatweg, nu het centrale lint, in de eerste helft van de 18de eeuw, betekende dat de nieuw- bouwontwikkelingen zich in toenemende mate op de gronden langs de doorgaande weg gingen concentreren. De woningen voor de arbeiders werden op de oude landbouwgrond land de Rijksstraatweg of langs het Kerkepad gesitueerd. In de 18de en 19de eeuw vestigde ook rijke Amsterdamse en Utrechtse kooplui zich in Soest vanwege de waardevolle natuurlijke omgeving en lieten grote villa’s bouwen. Langs de Burgemeester Grothestraat en Van Weedestraat verschenen talloze buitenplaatsen. Het lint langs de straatweg werd vanaf eind 19de eeuw steeds dichter bebouwd. De doorzichten vanuit het centrale bebouwde lint met de open ruimten van de Eemvallei en de Eng werden langzaam steeds minder. In de loop van de 20ste eeuw werden overal langs de Rijksstraatweg woonhui- zen verbouwd tot winkels. Na de Tweede Wereldoorlog heeft veel van de oorspronkelijke bebouwing langs deze oude Rijksstraatweg plaats moeten maken voor nieuwbouw. De voormalige rijksweg vormt nog steeds een belangrijke ontsluitingsroute voor Soest. Hieraan liggen diverse winkels die tezamen het hoofdwinkelgebied van de gemeente vormen. Het lint bestaat nu uit een continue mix van panden met een uiteenlopende bouw- geschiedenis, -typologie en -hoogte. Het lint is onderdeel van een lineaire groenstructuur in Soest. Ter hoogte van de centrumfuncties is de groenstructuur nagenoeg verdwenen. Daar waar gewoond wordt, is door de groene voorerven het straatbeeld een stuk groener. Voor dit gebied is het beeldkwaliteitplan Centrale Lint (1999) van kracht. Beeldkwaliteitplannen II. Flanken van De Eng Het deelgebied flanken van De Eng wordt gevormd door de percelen gelegen aan de wegen ten zuiden, westen en noorden van de Eng. Dit zijn aan de zuidzijde de Kerkstaat, Soesterbergsestraat en Eikenlaan. Aan de oostzijde de Parklaan, Nieuweweg, Beukenlaan en Beetzlaan. Aan noordzijde de Koninginnelaan en de Burgemeester Grothestraat. De Eng is een uniek geïsoleerde stuwwalheuvel met drie toppen tot ongeveer 20 meter boven NAP. De hogere gelegen gronden ble- ven lang onontgonnen en bewoners vestigden zich op de flanken van De Eng op de overgang tussen hoog en laag. De flanken van De Eng liggen op 6 tot 7 meter boven NAP. Rondom De Eng ontstonden de buurtschappen Soestdijk, het Hart, Den Eng, De Bunt, Hees en De Birkt. Drager van dit deelgebied is de westelijke en zuidelijk route langs de Eng. De bebouwing aan de flanken van De Eng is over het alge- meen gevarieerd in grootte en stijl. Een gemeenschappelijk kenmerk is dat het voornamelijk gaat om individueel herkenbare bebouwing in één tot twee bouwlagen met kap. De kaprichting is niet eenduidig in het gebied. Van oudsher is de kaprichting vooral haaks op de weg, terwijl de latere toevoegingen ook kappen in de langsrichting hebben. Het betreft veelal (half-)vrijstaande woningen, incidenteel zijn aaneengebouwde woningen of appartementen aanwezig. In beperkte mate is complexmatige bebouwing aanwezig, zoals het markante woningbouwproject aan de Beetzlaan. Ook aan de Eikenlaan, Parklaan, Beukenlaan en Nieuweweg komt enige seriematige bouw voor. Daarnaast zijn nog enkele oorspronkelijke villa’s, voormalige boerderijen en woonhuizen aanwezig. Het oorspronkelijke patroon is weliswaar in de loop van de tijd sterk verdicht, maar het is nog grotendeels in tact. Voor dit deelgebied is het Beeldkwaliteitplan Flanken van de Eng (2004) van kracht. Beeldkwaliteitplannen III. Entrees van Soest Soest heeft vier oorspronkelijke entree’s te weten de Koninginnelaan en de Vredehofstraat (noordelijke entrees) en de Birkstraat en de Soesterbergsestraat (zuidelijke entrees). Het deelgebied omvat de percelen binnen de bebouwde kom, gelegen aan deze beeld- bepalende toegangen van Soest. Koninginnelaan De Koninginnelaan is van oorsprong een ontginningsweg en vormde de voormalige dorpsrand. Aan de weg ligt nog één functioneren- de boerderij en zijn diverse bedrijven ontwikkeld. De bedrijven zijn voornamelijk achter de woonbebouwing gesitueerd. De Koninginnelaan heette voor 1929 de Veenhuizenweg, genoemd naar het Veenhuis dat aan de Praamgracht lag en diende als overslagplaats voor turf en tevens herberg was. Rond 1950 is het lint nagenoeg opgevuld. Na deze datum zijn enkele woningen toegevoegd. De Koninginnelaan heeft primair een verblijfsfunctie en heeft geen duidelijke groenstructuur. De laan wordt gekenmerkt door overwegend kleinschalige, vrijstaande panden in één bouwlaag met een kap haaks op de weg. Er komen ook panden voor van twee lagen met kap evenwijdig aan de straat. De bebouwing bevindt zich op relatief bescheiden percelen. Dat geldt vooral voor de zuidzijde van de straat. Aan de noordelijke zijde is de agrarische herkomst nog herkenbaar door onder andere de erfbeplanting en verspringende rooilijnen. Op sommige plekken is doorzicht naar het achtergelegen weidelandschap mogelijk. Vredehofstraat De Vredehofstraat is de belangrijkste noordelijke invalsweg van Soest. Aan deze weg is van oudsher villabebouwing aanwezig van twee lagen met kap. Daarbij is een duidelijke rooilijn aanwezig. Naast de villa-achtige bebouwing, die aan de westzijde hoofdzakelijk een kantoorfunctie heeft, wordt de entree gekenmerkt door parken aan weerszijden van de weg. Op enige afstand van de weg staan hierin appartementengebouwen. Uitzondering is het complex Mariёnburg dat door de korte afstand tot de weg niet goed past bij de karakteristiek van de weg. III. Entrees van Soest Soesterbergsestraat De Soesterbergsestraat is de belangrijkste zuidelijke toegang van Soest en ligt in het verlengde van Kerkstraat. Het beeld van het noordelijke deel van de Soesterbergsestraat (ten noorden van de Vondellaan) wordt vooral bepaald door het winkelcentrum Soest- Zuid. Het accent ligt aan de westkant van de weg, waar zich een gedeeltelijk naar binnen gekeerd winkelcentrum bevindt. Dat deel heeft één bouwlaag en individuele kapjes. Het winkelgebied aan de overzijde daarentegen heeft een stedelijke allure, met een nagenoeg gesloten bebouwingswand tot drie lagen. De uiteinden van het noordelijke deel van de Soesterbergsestraat worden gekenmerkt door kleinschalige bebouwing. Aan beide zijden van de weg is beeldbepalende laanbeplanting aanwezig. Het groen in de straat is onderdeel van een lineaire groenstructuur, die in sterke mate bepalend is voor het gezicht van Soest. Het zuidelijke deel van de Soesterbergsestraat (ten zuiden van de Vondellaan) kenmerkt zich door de zichtbare overgang van dorp naar bos. Hoe verder naar het zuiden, hoe bosrijker en royaler de kavels zijn. De bebouwing is veelal vrijstaand. In het noordelijke deel staan de woningen strakker in het gelid en is de dichtheid hoger. Aan de oostzijde van de weg ligt de serviceflat De Soesterduinen die zich door de ruime afstand tot de weg goed in de ruimtelijke opzet voegt. Birkstraat Het noordelijke deel van de Birkstraat heeft een rustig straatbeeld door de eenduidige bebouwing. De bebouwing bestaat uit vrijstaande, twee- en drie onder-één kapwoningen van één en twee bouwlagen met kap. De aard van de bebouwing is gevarieerd, van traditioneel tot redelijk modern. Er wordt hoofdzakelijk gewoond. Het zuidelijke deel van de Birkstraat vormt de overgang naar het landelijke gebied van Soest. Aan dit deel van de straat zijn voornamelijk bedrijven gehuisvest. De overgang vanuit het fraaie coulissenlandschap is nogal abrupt, met name aan de noordkant. Hier zijn grootschalige bedrijven prominent aanwezig. De bebouwing in dit deel van de straat bestaat uit oude en nieuwe gevarieerde bebouwing in een rooilijn met kleine variaties daarop. Voor dit deelgebied is het beeldkwaliteitplan Entree’s van Soest (2005) van kracht. Beeldkwaliteitplannen IV. Rademakerstraat Het gebied ligt in de kern van Soesterberg en omvat de bebouwing aan weerszijden van de Rademakerstraat, tussen de Versteeghlaan/Prof. Lorentzlaan en Veldmaarschalk Montgomeryweg/Kampweg. De Rademakerstraat/Banningstraat is van oudsher de centrale as van waaruit Soesterberg is gegroeid. Het is een oude landschappelijke structuurlijn met een bijzondere kwaliteit. Sinds de omlegging van de Amersfoortsestraat is het drukke doorgaande verkeer verdwenen en heeft de Rademakerstraat een andere functie en karakter gekregen. Het is een lokale ontsluitingsweg waaraan het hoofdwinkelcentrum van Soesterberg is gelegen. Het brede profiel is in stand gebleven. De bebouwing aan deze straat is zeer gevari- eerd, zowel in architectuur als typologie. De hoogte varieert van één laag met kap tot drie lagen. Voor dit gebied is het beeldkwaliteitplan Rademakerstraat (mei 2005) van kracht. IV. Rademakerstraat Beeldkwaliteitplannen V. Bedrijventerrein Richelleweg Het gebied ligt in Soesterberg, tussen de A28,de Richelleweg, Het Zeisterspoor en de Zuiderweg. Op het voormalige tanktestterrein wordt een bedrijventerrein gerealiseerd. Het bedrijventerrein Richelleweg gaat ruimtelijk deel uit- maken van het lokale netwerk van de Leusderheide wat gekenmerkt wordt door grootschalige enclaves die worden omsloten door bosranden en met elkaar verbonden door het Zeisterspoor. Het terrein wordt ontsloten vanaf het Zeisterspoor en is ca. 14 ha. groot. Het bedrijventerrein wordt omzoomd door een brede bosrand en oriënteert zich primair op de hoogwaardige, groene openbare ruimte aan de binnenzijde van het terrein. De bedrijfspanden zijn door de bomen enigszins zichtbaar. Het middenterrein is een herinrichting van de voormalige tankstestbaan. Voor dit gebied is het beeldkwaliteitplan bedrijventerrein Richelleweg (2011) van kracht. Het gebied is een ontwikkelingsgebied. Beeldkwaliteitplannen IV. Buitengebied Het plangebied bestaat uit het buitengebied van de gemeente Soest. De kernen Soest en Soesterberg, de leger- en vliegbasis van Soesterberg vallen buiten het gebied. In het landschap van de gemeente Soest is een duidelijke tweedeling te onderscheiden: Ten eerste het eenduidige in gebruik zijnde, relatief rustige agrarische gebied in het Eemdal. Ten tweede het heuvelachtige en meervoudig, soms intensief in gebruik zijnde bosgebied ten zuiden van Soest. In het Eemdal is de hoofdfunctie agrarisch en vooral gericht op weidebouw. De bebouwing bestaat uit boerderijen. Veel voormalige boerderijen zijn nu in gebruik als burgerwoningen. Naar het zuiden toe, in de Birkt wordt het grondgebruik meervoudig en is een afwisseling te zien van akkers, weilanden en recreatiegebieden. De Birkstraat vormt een centrale as voor bebouwing met diverse functies. Het westelijk gelegen Pijnenburg kent de afwisseling in grondgebruik van weilanden en bossen, die kenmerkend is voor een landgoed. Bebouwing concentreert zich hier voornamelijk aan de noordzijde in het gehucht Pijnenburg. Het noordelijke deel van het bosgebied kent veel recreatief gebruik in de vorm van diverse kleinschalige activiteiten. Ook liggen in het noordelijk deel de meeste fiets- en ruiterpaden. Bebouwing concentreert zich in de woonkern Soestduinen en langs de Soesterbergsestraat. Plaatselijk liggen verblijfsrecreatieterreinen. In het zuidelijk deel van het bosgebied liggen terreinen met een militaire functie. Ze zijn groot van schaal, hebben veel verspreide bebouwing en zijn beperkt of niet opengesteld. Ook in de visueel ruimtelijke structuur is het ruimtelijke contrast tussen een laag gelegen open vallei en een hoger gelegen verdichte heuvelrug belangrijk en waardevol, evenals de overgangen tussen de twee landschappen. De Eemvallei ligt ingeklemd tussen de bebouwing van Soest, Baarn en Amersfoort. De Vallei vormt met haar openheid een sterk contrast met de stedelijke randen. In het Eemgebied is de slagenverkaveling karakteristiek, welke zich uit in het slotenpatroon. In ruimtelijk opzicht wordt de ruimte ten zuiden van de spoorlijn onderverdeeld in compartimenten door de verhoogde spoordijk en diverse beplantingselementen. De bebouwing ligt ten noorden van de spoorlijn als een eiland in het open landschap. Ten zuiden van de spoorlijn ligt ze veelal als een open lintbebouwing op enige afstand van de weg. De Birkt en de noordzijde van Pijnenburg vormen half-open coulissenlandschappen, waar de ruimte wordt gesegmenteerd door de beplanting met daartussen langgerekt weilanden (en akkers). De Birkt kent een slagenverkaveling, die zich kenmerkt door de lange en smalle percelen. Pijnenburg kent een gerende slagen-en blokverkaveling. Een blokverkaveling is een verdeling in relatief kleine, rechthoekige of onregelmatige percelen. Ook hier is sprake van gebouwenconcentraties, langs de Birkstraat en in het gehucht Pijnenburg. In de Praamgrachtzone liggen de landgoederen aan de Biltseweg. De bebouwing langs de Stadhouderslaan wordt gevormd door een opvallende reeks villa’s langs de oude route van Soest naar Baarn. Het Soesterveen heeft zich ontwikkeld als dorpsrandzone. De oorspronkelijke lintbebouwing aan de Wieksloterweg is sterk verdicht, de achtererven zijn veelal bebouwd en van de gebiedseigen openheid is weinig meer over. Het bosgebied vormt onderdeel van de Utrechtse Heuvelrug. Het bosgebied heeft een dicht karakter en een onregelmatige verkaveling. In het bos ligt een reeks van grote open plekken zoals de Lange Duinen, Korte Duinen en de Vlasakkers en kleine open plekken zoals de Zoom en de Paltz. Bebouwing is schaars aanwezig in diverse stijlen en gekoppeld aan de hoofdroute of verblijfsrecreatie met het bos als decor. In het zuiden is de blokverkaveling langs de Amersfoortseweg bijzonder. Er is een landgoedkarakter ontstaan door de afwisseling van diverse soorten bebouwing, omgeven door een groene omlijsting van royale tuinen en bossen. De invulling van de oorspronkelijke blokken varieert daarbij sterk. Voor het gebied is het beeldkwaliteitplan buitengebied Soest (2004) van kracht Beeldkwaliteitplannen 1. Soest Midden Het plangebied volgt aan de oost-, west-, en noordzijde de grenzen van het bestemmingsplan Soest Midden en Zuid. De zuidzijde wordt begrensd door de Eemweg. De beschermde dorpszichten Oude Kerk en Omgeving, Kerkepad, Soesterbrink en het gebied waar- voor het beeldkwaliteitplan Centrale Lint van kracht is, maken geen onderdeel uit van dit deelgebied. Het deelgebied Soest Midden bestaat daarom uit drie kleinere subgebieden: een deel van het Kerkepad, het gebied tussen het spoor en de achterzijde van het centrale lint, en de oostzijde van de Lange Brinkweg. In Soest Midden draagt het huidige ruimtelijke beeld nog aantal kenmerken van de ontstaansgeschiedenis. De lintbebouwingstruc- tuur, evenwijdig aan de hoogtelijnen, wordt gevormd door drie wegen en een spoorlijn. De bebouwing is veelal op de wegen georienteerd, hetgeen de historische uitstraling van de lintbebouwingstructuur verstevigt. Deze oriëntatie is het sterkst waarneembaar langs de Steenhoffstraat, de Middelwijkstraat en langs het Kerkepad. Centraal in Soest Midden, in de omgeving van de Torenstraat en de Kerkstraat, verliest de lintbebouwingstructuur zijn herkenbaarheid. De ruimtelijke opbouw van het plangebied kent vanuit de ontstaansgeschiedenis een aantal structuurbepalende elementen. Hiertoe behoren de straatwanden, incidentele doorkijken en open ruimtes, de functieverscheidenheid en vooral de parallelle wegenstructuur die evenwijdig aan de hoogtelijnen van de Eng ligt. Door oriëntatie van bebouwing op deze wegenstructuur en de incidentele doorzichten naar het achterliggende gebied heeft de wegenstructuur een waardevolle karakteristiek. De bebouwing aan het noordelijke deel van de Lange Brinkweg vormt de overgang van het bebouwde gebied naar het open landschap van de Eemvallei. De woningen zijn hier veelal vrijstaand en bestaat voornamelijk uit één laag met een kap. Daar waar de bebouwing verder van elkaar staat, is soms doorzicht op de achtergelegen Eemvallei mogelijk. Zuidelijker aan de Lange Brinkweg wordt de bebouwing grootschaliger en heeft veelal een andere functie dan wonen, zoals de brandweerkazerne op de hoek met de Korte Kerkstraat en het kantoorgebouw op nummer 77. Het deelgebied aan het Kerkepad en meest zuidelijke deel van de Lange Brinkweg bestaat voornamelijk uit vrijstaande- en twee- onder-één-kapwoningen. De woningen zijn veelal van een latere bouwperiode dan het gebied waarvoor het beschermde dorpsgezicht van kracht is. De woningen bestaan uit één of twee lagen met kap met vaak een herkenbare architectuur, zoals de serie jaren 30 woningen op nummer 94 t/m 116. De bebouwing tussen het spoor en de achterzijde van de Steenhofstraat (Centrale Lint) is zeer gevarieerd. De bebouwing is van latere periode dan de oorspronkelijke bebouwing aan het Centrale Lint. Ten noorden van de Dalweg is de bebouwing haaks op het spoor georiënteerd. De oudere delen zijn nog herkenbaar door de kleinschalige en vrijstaande bebouwing. De latere invullingen, zoals de Sint Annahof en Gaesbeekerhof hebben een grootschaliger karakter en eigentijdse of historiserende architectuur zoals in het geval van het Gaesbeekerhof. Reguliere gebieden 2. Soest Zuid Het deelgebied Soest Zuid volgt aan de oost-, zuid en westzijde de grenzen van het bestemmingsplan Soest Midden en Zuid. Aan de noordzijde is dat de Stationsweg. De gebieden waarvoor beeldkwaliteitplannen van kracht zijn, vormen geen onderdeel van dit deelgebied. (Flanken van de Eng en de Entree’s van Soest). Hierdoor is het deelgebied Soest-Zuid in drie subgebieden te verdelen. Kenmerkend voor de wijk Soest Zuid is dat er in noord-zuid richting een duidelijke vloeiende overgang van stedelijk naar landelijk gebied aanwezig is. Naast deze vloeiende overgang is nog een aantal kenmerken van de ontstaansgeschiedenis zichtbaar. Zo heb- ben de Soesterbergsestraat, de Birkstraat en de Eikenlaan een historisch karakter. Langs de Soesterbergsestraat is de villa-achtige uitstraling van de wijk Soest Zuid ontstaan. De villa-achtige uitstraling is het beste te beleven ten zuiden van de lijn Ossendamweg/ Vondellaan. Het merendeel van de bebouwing bestaat uit vrijstaande of halfvrijstaande woningen op relatief grote kavels. Centraal in de wijk Soest Zuid, langs de Soesterbergsestraat, ligt een buurtwinkelcentrum. Het centrum heeft zich geleidelijk uitgebreid. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de grote verscheidenheid van vorm, aard en kwaliteit van de bebouwing. Door de verdichting van bebouwing en de toename van bouwvolumes is hierdoor langs de Soesterbergsestraat een divers straatbeeld ontstaan. Buiten het centrum liggen voornamelijk woonwijken. Incidenteel zijn er bedrijven en maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Het gebied ten noorden van de Birkstraat bestaat voor een deel uit rijen woningen van twee lagen met kap: de Bilderdijklaan, Betje Wolfstraat en Staringstraat. Het overige deel bestaat uit vrijstaande en twee-onder-één kappers van één en twee lagen met kap. De woningen dateren veelal van begin 20ste eeuw. Door de boomrijke kavels en veelal groene straatprofielen en krommingen in de straten heeft de buurt een villa-achtige uitstraling. Het gebied ten zuiden van de Birkstraat en ten oosten van de Soesterbergsestraat heeft zich in tegenstelling tot eerder genoemd gebied ontwikkeld tot een eenvoudiger woonbuurt. De woningen en percelen zijn kleiner. Er staan meer rijen woningen. Er is meer seriematige ontwikkeling van na de tweede Wereldoorlog te herkennen. Deze wordt afgewisseld met vrijstaande en twee-onder-één kappers. Woningen bestaan uit één en twee lagen met kap. Het gebied ten westen van de Soesterbergsestraat wordt naarmate men meer richting het buitengebied komt een steeds groener en ruimer van opzet. In het noordelijke deel wisselen zowel rijen, twee- onder-één kappers als vrijstaande woningen elkaar af. Woningen bestaan uit één en twee lagen met kap. Reguliere gebieden 3. De Eng Dit deelgebied wordt aan de oost en zuidzijde begrensd door het spoor en het beschermde dorpsgezicht van de Eng. Aan de west en noordzijde vormen de Nieuweweg en de Waldeck Pyrmontlaan-Prins Bernhardlaan-Talmalaan de grens van het deelgebied. Door de centrale ligging van de Dalweg in Soest zijn op deze locatie het gemeentehuis, het politiebureau, verzorgingstehuizen en andere maatschappelijke voorzieningen gevestigd. De meeste voorzieningen liggen aan de zuidzijde van deze weg. Aan de noordzijde bevindt zich vooral woningbouw, die is georiënteerd op de wegenstructuur. Met de bouw van de woningen zijn de bestaande bomen- rijen zoveel mogelijk gehandhaafd. De Dalweg is onderdeel van de hoofdwegenstructuur en heeft daardoor een vrij breed profiel waarbij langzaam- en snelverkeer gescheiden zijn door groenzones. Kenmerken van dit gebied zijn de zeldzame overblijfselen van de historische holle weg en de belangrijke verbinding over de Eng tussen de Koningsweg en Steenhofstraat. Tegen de spoorlijn, in de zuidoosthoek van het plangebied ligt de begraafplaats. De oude zuidwestelijke afscheiding, bestaande uit acacia, berk, eik en beuk, fungeert als scheiding tussen het oude en nieuwe gedeelte van de begraafplaats. De vorm van de begraaf- plaats is conform de overheersende kavelgerichtheid, zuidwest-noordoost. De begraafplaats is aangelegd volgens een enigszins symmetrisch patroon. De bebouwing in de rest van het plangebied bestaat grotendeels uit woningen. Er is een grote diversiteit aan woningtypen. De ge- schakelde en vrijstaande woningen, het merendeel uitgevoerd in twee lagen met een kap, bevinden zich met name aan de randen van de open gebieden. Door dit type woningen is sprake van een zachte overgang naar het agrarische gebied van de Eng. Slechts een klein aantal geschakelde en vrijstaande woningen bevindt zich binnen in het plangebied. Het plangebied wordt gekenmerkt door een grote variatie in bouwhoogte. Gestapelde en aaneengebouwde woningen komen voornamelijk voor in de Oostelijke Eng. Ten zuiden van de Dalweg bevindt zich voornamelijk gestapelde bouw en ten noorden veelal aaneengebouwde woningen. De hoogste flats heb- ben een hoogte tot 18 meter. Het merendeel van de gestapelde woningen hebben een hoogte tot 14 meter. De bebouwing langs de Molenstraat bestaat met name uit oude sociale woningbouw, die gerealiseerd is in de jaren 1917-1919. Deze woningen zijn in 1984 gerenoveerd. Reguliere gebieden 3. Soestdijk Het gebied ligt aan de noordelijke zijde van de Eng en wordt globaal begrensd door de Talmalaan-Prins Bernhardlaan en Waldeck Pyrmontlaan aan de zuidzijde. De Laanstraat aan de oostzijde, de Koninginnelaan en Colenso aan de noordzijde en de Inspecteur Scheuderlaan en Brinkweg aan de westzijde. Een groot deel van het gebied wordt doorsneden door de zogenaamde Entrees van Soest waarvoor een beeldkwaliteitplan van kracht is. Ten zuiden van deze entrees komen overwegend vrijstaand en twee-onder- een-kapwoningen voor, soms op ruime percelen. (Juliana- laan, Prins Hendriklaan, Oranjelaan, Wilhelminalaan, Emmalaan, Sophialaan, Anna Paulownalaan, Nassaulaan, Nassauplantsoen, Prins Bernhardlaan, Waldeck Pyrmontlaan). In de straten aan weerszijden van het Nassauplantsoen staan voornamelijk rijtjeswoningen (Margrietlaan, Irenelaan, Beatrixlaan, Christinalaan). De verzorgingsflat aan de Prins Hendriklaan, aan de kop van het Nas- sauplantsoen, vormt met 7 bouwlagen een afwijkende bebouwingsvorm. Karakteristiek en beeldbepalend is de watertoren aan de Oranjelaan. Ten westen van de Beetzlaan is het bebouwingspatroon zeer gevarieerd. De grondgebonden woning van twee lagen met kap, domi- neert. Dit type komt vrijstaand, twee-onder-een-kap en in rijtjes voor. De wat langere straten hebben in het algemeen alle bebou- wingstypen (Koninginnelaan, Beckeringhstraat, Beetzlaan). Veel straten hebben echter gemengd vrijstaande en twee onder één kap woningen (bijvoorbeeld Hartweg, Nieuwstraat, Schrikslaan, Van Straelenlaan, Nachtegaalweg, Hellingweg, Korte Bergstraat, Mari- astraat). De rijtjeswoningen, hoewel overal voorkomend, zijn enerzijds geclusterd tussen Nieuwstraat en Koninginnelaan en ander- zijds tussen Beetzlaan en Laanstraat. Op verschillende locaties in het gebied gelegen identiek gebouwde, (jaren ’50) eengezinswo- ningen o.a. aan de Albert Hahnweg, Hartweg, Schaepmanstraat en Thorbeckestraat. De buurt ten noorden van de Burgemeester Grothestraat heet Colenso en is een naoorlogse uitbreiding met slechts gestapelde woningen aan de rand van het park dat dezelfde naam heeft. Achter deze flats, in vier bouwlagen, staan eengezinshuizen in twee bouwlagen met een kap, soms tegenover elkaar gescheiden door een plantsoen. Hierdoor ontstaan hofjes die onderling met elkaar zijn verbonden. De opzet is ruim en de woningen hebben aan de voorzijde hun oorspronkelijke uitstraling behouden. De buurt ten westen van de Vredehoflaan bestaat uit villa’ s van één of twee lagen met kap op grote percelen. De meeste villa’s zijn gebouwd rond 1900. Reguliere gebieden 5. Klaarwater, Smitsveen, Bosstraat Het gebied ligt tussen de Beukenweg/Nieuweweg en de Koningsweg, en tussen de Vrijheidsweg en de spoorlijn. Het gebied is onderverdeeld in drie wijken, Klaarwater, het meest noordelijk gelegen deel, Smitsveen in het midden en Bosstraat en omgeving in het zuidelijke deel. Klaarwater De wijk Klaarwater is begin jaren zeventig gebouwd en heeft een rustig en groen karakter. Kenmerkend in de wijk zijn de gedraaide posities van de woonblokken ten opzichte van elkaar, waardoor tal van kleine ruimten ontstaan, die zijn ingericht als parkeergelegenheid of verblijfsgebied. Achtertuinen grenzen aan het openbaar groen. De wijk wordt grotendeels begrensd door hoogbouw. De Vrijheidsweg vormt de overgang of buffer tussen de wijk en het bedrijventerrein. Binnen de rand van de flats zijn de eengezinswoningen gesitueerd. In het centrum van de wijk is een basisschool alsook Honsbergen gesitueerd. Op de begane grond van Honsbergen bevinden zich een supermarkt en een restaurant, alsmede een ontmoetingscentrum en een kiosk, die als expositieruimte wordt gebruikt. Daarboven bevinden zich de appartementen voor de zelfstandig wonende ouderen. Langs de Beukenlaan komt een aantal niet-woonfuncties voor. De bebouwing langs de Beukenlaan is oorspronkelijk en nog steeds duidelijk herkenbaar. De wijk is door middel van vijf ontsluitingswegen bereikbaar. Smitsveen De wijk Smitsveen is gebouwd in de periode 1967 - 1972. Centraal door de wijk loopt de Smitsweg, waaraan de scholen en de winkels zijn gesitueerd. Oostelijk van deze weg liggen de flatgebouwen met zeven woonlagen. Aan weerszijden van deze flatgebouwen zijn in twee groepen drive-in woningen gesitueerd. Achter de bestaande bebouwing langs de Beukenlaan/Nieuweweg komen flatgebouwen met drie woonlagen voor. Deze flatgebouwen komen ook voor langs de Dalweg. In het groen aan de rand van de wijk langs de Veenbesstraat zijn flatgebouwen in zes en tien woonlagen aanwezig. Centraal in de wijk ligt het winkelcentrum Smitshof. Door de ligging aan de Smitsweg is het winkelcentrum gemakkelijk te bereiken. De belangrijkste wegen, die zorgen voor de externe ontsluiting van de wijk, zijn de Koningsweg, de Nieuweweg en de Dalweg. Deze wegen maken deel uit van de hoofdwegenstructuur van Soest. Reguliere gebieden Bosstraat en omgeving: De oost-west gerichte lineaire stedenbouwkundige structuur is bepalend voor de ruimtelijke structuur van de wijk. Binnen deze structuur zijn verschillende woonbuurten ontstaan met een eigen stedenbouwkundige opzet, architectuur, identiteit en differentiatie. De buurten worden met een lus verbonden op de Eigendomweg en de Klein Engendaalweg in het gebied ten noorden van de Koningsweg, in het gebied ten zuiden van de Koningsweg op de Pimpelmees en de Bosstraat. De Koningsweg vormt als hoofdverkeersader de barrière tussen het noordelijk en zuidelijk deel. Reguliere gebieden 6. Boerenstreek Overhees Dit deelgebied bestaat uit de woonwijken Boerenstreek en Overhees en ligt aan de zuidwestrand van Soest. Aan de oostzijde wordt het gebied begrensd door de Koningsweg. Aan de zuidzijde door de Eigendomsweg en aan de noordzijde door de Dorresteinweg. Beide wijken liggen in het Soesterveen. De wijk Overhees is in de jaren zeventig en tachtig aan de zuidwestzijde van de kern Soest gerealiseerd. Deze wijk sluit aan op de wijken Klaarwater en Smitsveen. In de jaren negentig is de wijk Boerenstreek ten noorden van de wijk Overhees gerealiseerd. In Overhees ligt de nadruk duidelijk op de woonfunctie. Buiten het centrum ‘De Tamboerijn’ en de kinderboerderij komen in de woon- buurten geen bedrijven of maatschappelijke voorzieningen voor. Voor het grootste deel van de wijk vindt de verkavelingsrichting haar oorsprong in het oude afwateringspatroon van het oorspronkelijke ‘ontginningslandschap’. De paden Dorpsstreek en Boerenstreek zijn als cultuurhistorisch structuurelement gehandhaafd. Met name het pad de Dorpsstreek fungeert als belangrijke drager van de wijk. De Dorpsstreek doorsnijdt de wijk in oost-westrichting. In noord-zuidrichting wordt de wijk doorsneden door een centrale groen- zone. De bebouwing is over het algemeen in relatief kleine clusters gerealiseerd. Deze clusters worden door middel van verkeersluwe woonerven ontsloten. De oriëntatie van de woningen is voornamelijk gericht op deze woonerven. Deze wijze van verkaveling heeft ertoe geleid dat op diverse plaatsen aan de wijkontsluitingswegen (de Di Lassostraat, de Willaertstraat en de Obrechtstraat) de woningen met de zij- of achtergevel naar de weg toe zijn gekeerd. Dit levert langs de belangrijke ontsluitingswegen een introvert beeld op. Reguliere gebieden De Boerenstreek kenmerkt zich doordat de natuur doorloopt in de wijk. Sloten en openbaar groen zijn verbonden met het aangrenzend agrarisch gebied en lopen door tot in het midden van de woonbuurt Boerenstreek, waar een klein buurtpark is gelegen. Het ontwerp van de wijk is gebaseerd op korte en aantrekkelijke verbindingen voor het langzaam verkeer. Voor het autoverkeer zijn duidelijke en veilige wegen aangelegd. De buurt Boerenstreek bestaat grotendeels uit laagbouw. Waar de buurt niet grenst aan andere woonbuurten bestaat de buitenste rand van de woonbuurt zoveel mogelijk uit openbaar gebied, wegen en voorkanten van woningen. Hierdoor krijgt de overgang van de bebouwde kom naar het landelijk gebied een openbaar karakter. Reguliere gebieden 7. Bedrijventerrein Soestdijkse Grachten Het plangebied bestaat uit twee bedrijventerreinen die in verschillende tijdsperiodes zijn ontwikkeld. Het gebied wordt begrensd door de Dorresteinweg, de Koningsweg, de Vrijheidsweg, de Beckeringhstraat en het buitengebied van Soest. Het bedrijventerrein Soestdijk dateert uit eind jaren ‘50 en is een gemengd bedrijventerrein met circa 250 bedrijven. Het bedrijventerrein De Grachten is het nieuwste bedrijventerrein van de gemeente Soest (1995). Bij de ruimtelijke opzet van het bedrijventerrein is rekening gehouden met de landschappelijke ligging in het weidelandschap met de slagenverkaveling. De belangrijkste doorgaande wegen zijn de Beckeringh- en Laanstraat en de Koningsweg. De Beckeringh- en Laanstraat lopen aan de noordzijde van het plan- gebied en behoren tot één van de oorspronkelijke wegen van Soest. Dit komt onder andere tot uitdrukking door het licht gebogen verloop. Langs deze weg bevindt zich lintbebouwing, die kleinschalig van aard is. De lintbebouwing langs de Laanstraat en in iets mindere mate aan de Beckeringhstraat heeft een nagenoeg gesloten karakter. De di- verse percelen sluiten direct op elkaar aan. De bebouwing aan de Laanstraat heeft overwegend een woonfunctie waarbij de bedrijven achter de woningen zijn gesitueerd. Ter hoogte van de Beckeringhstraat wordt het bedrijfsachtige karakter meer zichtbaar. Daar waar percelen maximaal zijn bebouwd ontstaat een gesloten gevelwand. De Koningsweg ligt centraal in het gebied en is de belangrijkste ontsluitingsweg in het gebied. Het beeld aan de oostzijde van de Koningsweg wordt bepaald door de oude en nieuwe gebouwen. Door de aanzienlijke afstand tussen de Koningsweg en de betrekkelijk lage hoogte van die bedrijfsgebouwen wordt het beeld vanaf de hoofdrijbaan voornamelijk bepaald door de contouren. Het beeld aan de westzijde van de Koningsweg wordt bepaald door een bosbouwbedrijf, kantoorgebouwen en een benzinestation. Vanaf De Beckeringh- en Laanstraat en de Koningsweg lopen alle wegen noordoost-zuidwest gericht het gebied in. De ruimtelijke opbouw van het terrein wordt met name bepaald door de functionele opzet. Met uitzondering van enkele woongebieden bevindt zich in het gebied uitsluitend bedrijfsbebouwing. De groenstructuur op het bedrijventerrein kenmerkt zich door een duidelijke omzoming van bosplantsoenstroken en bossages. Op het bedrijventerrein is het aandeel groen beperkt. De bomenstructuur vormt de drager van de groenstructuur die zorgt voor herkenbaarheid en eenheid. Reguliere gebieden 8. Woon-werkgebied Soesterberg Het bedrijventerrein Soesterberg ligt ten noorden van de Amersfoortsestraat. Aan de west- en noordzijde vormen respectievelijk de gemeentegrens en de vliegbasis de grens. Aan de oostzijde is dat de Veldmaarschalk Montgomeryweg de grens, die tevens de ont- sluitingsweg voor het bedrijventerrein is. Het bedrijventerrein heeft een regelmatige rechthoekige structuur waarbinnen zich bouwmassa’ s die als kantoor en/of als bedrijven worden gebruikt bevinden. De gebouwen zijn opvallend gelijkvormig en ontstaat er mede door de voornamelijk rechthoekige en sobere vormgeving een rustig beeld. De ruimte rond de gebouwen vaak verhard met nauwelijks groen. Aan de Amersfoortsestraat wordt het beeld bepaald door een grote diversiteit van gebouwen en bouwwerken die in afmeting, stijl en gebruik van elkaar afwijken. In het gebied ligt ook een aantal (vrijstaande) woningen en rijtjeswoningen. De woningen bezitten geen onderlinge samenhang omdat ze min of meer verspreid over het gebied liggen en het bedrijfsmatige karakter van het gebied, de boventoon voert. Het woon-werkgebied in Soesterberg is een ontwikkelingsgebied. Reguliere gebieden 9. Soesterberg Het plangebied beslaat de bebouwde kom van Soesterberg, globaal gelegen tussen de A28, de gemeentegrens met De Bilt, de Amersfoortsestraat, de Kampweg en Richelleweg. De kern Soesterberg is waarschijnlijk ontstaan op het kruispunt van de Amersfoortsestraat (nu N237) en de oude Postweg van Amsterdam naar Arnhem. Het dorp werd genoemd naar de ‘berg’ die men over moest voor het verkeer naar en van Soest, de heuvel die nu ‘t Hoogt heet. Het bleef een klein dorp totdat in 1910 de vliegbasis aan de noordzijde van het dorp tot ontwikkeling kwam. De vlieg- heide werd vliegbasis Soesterberg. Na de Tweede Wereldoorlog werd de vliegbasis Soesterberg aangemerkt als NAVO-basis (Camp New Amsterdam) en vanaf 1954 werden hier Amerikanen gestationeerd met hun familie. De Amerikaanse wijk Apollo werd speciaal voor hen gebouwd. In 1973 werd de provinciale weg Amersfoort-Utrecht om de dorpskern heen geleid. 9. Soesterberg Reguliere gebieden In het begin van de jaren tachtig van de 20e eeuw werd de autosnelweg A28 geopend, langs de zuidkant van Soesterberg. Na het einde van de Koude Oorlog vertrokken in 1994 de Amerikanen Het gebied ten zuiden van de Rademakerstraat en ten westen van de Generaal Winkelmanstraat is grotendeels bebouwd in de periode van de wederopbouw en wordt gekenmerkt door rust en eenvoud. Het merendeel van de woningen bestaat uit lange rijen laagbouwwoningen. Nabij de A28 staan enkele flatgebouwen die door de stedenbouwkundige opzet, eenvoudige detaillering en het bosachtige karakter bijzonder zijn. Het gebied tussen de Rademakerstraat, de Kampweg en Zeist is een woongebied met rechthoekig verkavelingspatroon waarin een menging van rijen woningen, (half) vrijstaande woningen aan oudere straten. De oostkant van de huidige kern Soesterberg is gebouwd na 1975 en wordt gekenmerkt door een veel gevarieerder structuur. In het plangebied bevinden zich voornamelijk aaneengebouwde woningen. Echter aan de Vliegtuiglaan, Bloemheuvel, de Kamerlingh Onneslaan, de Oude Tempellaan en in de noordoostelijke punt van Apollo komen vrijstaande of twee- onder-een-kap-woningen voor. Met uitzondering van de vrijstaande woningen en de enkele twee-onder-een-kapwoningen, kunnen de aaneen gebouwde woningen worden onderverdeeld in woonblokken die onder dezelfde architectuur zijn gebouwd. Ook is een duidelijk onderscheid aanwezig tus- sen de woningen die destijds voor het Amerikaanse luchtmachtpersoneel zijn gebouwd en de woningen die daarop aansluitend voor de Nederlanders zijn gebouwd. De “Amerikaanse” woningen waren destijds qua architectuur en indeling volledig afgestemd op de Amerikaanse wooncultuur. Deze woningen zijn na het vertrek van de Amerikanen verkocht. Echter doordat de leefstijl van de huidige bewoners anders is dan die van de tijdelijk gestationeerde Amerikanen, is er behoefte aan aanpassingen in de woonomgeving. De patiobungalows aan de Hermes en Mercury bestaan hoofdzakelijk uit één laag, af en toe voorzien van een kleine kap. De woningen ten oosten van Oude Tempellaan, met uitzondering van de “Nederlandse” woningen aan de Wostok en Mercury, bestaan voornamelijk uit twee lagen met kap. Opvallend is dat de woningen afwisselend met de voorzijde of de achterzijde naar de straat zijn gericht. De bergingen en/of carports van deze woningen bevinden zich dan op het voorerf voor de voorgevel van de woningen. Het merendeel van de woningen ten westen van de Oude Tempellaan is uitgevoerd in twee lagen met kap. De vrijstaande woningen aan Bloemheuvel en de Vliegtuiglaan zijn voornamelijk in één laag met kap uitgevoerd. Korte Brinkweg Hedendaagse opgave naar duurzame woningen

Rechtspraak bij dit artikel