1. LAND VAN EEM EN VEEN
Nieuwe kansen agrarisch landgebruik
Zorg voor de instandhouding van een vitaal openlandschap met een gezonde economie. Dit laatste slaat ondermeer op de agrarische ondernemingen en hun landgebruik aan de noordoostflank van Soest.
Maak gebruik van de Eem als een drager van economie, recreatie en verhalen. De Eem heeft een rijke geschiedenis van nijverheid, handelsroute en als ontginningsbasis.
Nieuwe ontwikkelingen zoals biologisch- en natuurinclusief boeren moedigen we aan. Waarbij de nabij gelegen steden interessante afzetmarkten kunnen vormen.
Hierbij kunnen ook de doelstellingen voor biodiversiteitsverbetering worden ingezet, denk aan de kwellocaties langs de sloten, de bermen en de samenstelling met meer soortenrijke grasmengsels.
Natuur: vergroten areaal vochtig schraalgrasland door
omvorming (natuurontwikkeling) van intensief gebruikt agrarisch grasland op vochtige bodems naar meer extensief gebruik (bijvoorbeeld polder en Laagte van Pijnenburg).
De energietransitie met daarbij een visie voor zonnevelden en windmolens vormt een aparte afweging van de raad en zal geen onderdeel uitmaken van dit LOP.
Spoor Baarn-Amersfoort Dit spoor is net als de Rijksweg A1 een gast in het open landschap van Eemland. Het zou op een lage grasdijk door de open ruimte moeten voeren. Dit betekent onder meer het verwijderen van de beplanting langs het spoor tussen Baarn en Amersfoort.
2. DE BIRKT DOORZICHT EN VERBINDING
Het beperken van opgaande beplantingen van de overgangsgebieden langs de Heuvelrug tot achter de linten van de Birkstraat. Deze overgangs-gebieden hebben een landgebruik van vooral landbouw en natuur, waarbij ook de zichtlijnen richting de open polder waardevol zijn.
Herstel van kavelgrensbeplantingen, singels en enkele nieuwe routes tussen polder en de bossen maken het gebied en de beleving sterker. Hierbij kan een recreatieve enveloppe van een toeristisch arrangement meerwaarde voor deze plek bieden.
De recreatieparken gelegen op de overgangen naar
de bosgebieden vormen duurzame enclaves die de omliggende natuur respecteren en zich inzetten voor verbetering van de biodiversiteit.
Doorontwikkel de TOP-locaties voor recreatieve routes. Denk aan het Gagelgat van de Paardenkamp. De strategische ligging tussen Soest en Amersfoort en tussen open polder en gesloten bosgebied is een ideale startplek.
Ontwikkel op maat gemaakteparkeervoorzieningen enopenbaarvervoersverbindingen die passend zijn bij het absorptievermogen van met name de bosgebieden en zandverstuivingen.
3. DE BEKORENDE ENG
Deze plek weerspiegelt enerzijds haar cultuurhistorisch verleden en maakt anderzijds enthousiasme los over de wijze van samenwerking, de bereikte resultaten op het gebied van aansprekende gewassen en de ontwikkeling van biodiversiteit. Dit wordt dan ook actief uitgedragen.Duurzame instandhouding hoort hierbij en wordt ondersteunt door de gemeente.
Houd de Engopen als centrale plek in het dorp waar de oorsprong van het agrarische cultuurlandschap van het dorp Soest nog goed leesbaar en beleefbaar is.
Zet in op goede landschappelijke inpassing rond de Eng zodat de beleving van de Eng als cultuurhistorisch- en open landschap gewaarborgd blijft.
Zet actief in op behoud en ontwikkeling van de landschappelijke en recreatieve verbinding van De Eng naar zijn omgeving en de andere landschappen van Soest, zoals de Noordereng, de oude dorpskern en het oude bebouwingslint van Soest en het Eemland.
Verbind het verhaal van de Eng aan dat van het recreatief-toeristische verhaal (en promotie) van het oude dorp. Nergens is de agrarische geschiedenis van het dorp zo dichtbij de oude dorpskern nog te beleven.
4. PRAAMGRACHT
Betere verkeersveilige (oversteek)-verbindingen ter hoogte van de Praamgracht N234 is gewenst voor aansluiting aan het routenetwerk.
Als een van de parels maakt dit gebied deel uit van de laagte van Peijenburg. De Praamgracht of Pijnenburger Grift verzorgd de waterafvoer vanaf Maartensdijk richting de Eem. Versterking van decultuur-historische identiteit en de ruimtelijkeinbedding van het Praam-grachtgebied is gewenst.
De Praamgracht is tevens aangewezen als belangrijke onderdeel van de NNN van Heuvelrug naar Eem, wat betekent dat rekening gehouden dient te worden met rustgebieden voor de natuur.
5. PEYNENBURG, STATIG GOED
Ontwikkel dit ‘kroonjuweel’ verder als recreatief gebied, met verhaallijnen en verbeter detoegankelijkheid in overleg met de eigenaren en maak samen een ontwikkelplan.
Mogelijk omvormingsbeheer naar een meer natuurlijker beheer van de graslanden biedt kansen.
Het landgoed kan voor de recreatieve verbinding zorgen tussen de Pijneburger laagte, Lage Vuursche, Baarn en Soest. Creëer een veilige oversteek ter hoogte van de N234.
6. WIEKSLOOT NATUURLIJK NAT
Opvallend is het karakteristieke oorspronkelijke bebouwingslint met nog enkele oude boerderijen. Het behouden van dit lint versterkt de identiteit van dit gebied.
Het is een geliefd startpunt voor paardenbezitters, aandacht voor het parkeren van de paardentrailers langs de Wieksloot is gewenst.
De gradiënt van het Soesterveen zorgde in het verleden voor matig voedselrijk kwelwater waarop zeer bijzondere vegetatie voorkwam. Bescherm de natuurlijke kwel en grondwaterstanden in dit gebied.
Ook nu nog komen er in de gebieden van Natuurmonumenten bijzondere soorten voor. Bescherm de bijzondere soorten in dit gebied.
Instandhouding van natuur, landschapskarakter, beeldkwaliteit, wonen en recreatief medegebruik is hierbij doel. De (te grote) druk van dagrecreatie, wandelaars, fietsers en met name ruiters, is hierbij aandachtspunt en vraagt om zonering.
7. LEVEND BOS EN STUIVEND ZAND
Het ‘bosgebied’, met verschillende eigenaren en onderdeel van het NNN netwerk vormt een ‘kroonjuweel’ voor Soest. Bescherm de uniekenatuurwaarden en stem het bosbeheerplan hierop af.
Maak het bos goed toegankelijk voor wandelaars, ruiters en mennen, mtb-ers en gewone fietsers. En maak een zoneringsplan voor het gewenste padennetwerk.
Zorg voor een goed openbaar vervoersontsluiting naar bijvoorbeeld vier strategische startpunten:
Startpunt 1: De Eng met beperkte p-mogelijkheden, relatie dorp-bos.
Startpunt 2: De Birkt met uitgebreide p-mogelijkheden, relatie polder versus bos.
Startpunt 3 Vliegbasis Soesterberg, Nationaal museum met uitgebreide p-mogelijkheden, relatie bos en Amersfoortse weg.
Startpunt 4: landgoed Peijnenburg als mogelijke reserve ontwikkellocatie voor een groene entree.
Ontwikkel met het routebureau en het NP Heuvelrug een recreatieve infrastructuur met rondwandelingen, thema-gekoppelde routes, groepsgewijs werken aan beheer door vrijwilligers en excursie-mogelijkheden, zoals gekoppeld aan een tijdslijn:
Leefgebied van onze verre voorouders de jager-verzamelaars,
De ontginning van onze polders, onderdeel van het voormalige moerasgebied, het Al mere,
Statige buitens en landgoederen met hun tuinen parken en statige gebouwen architectuur,
Het verhaal van de Praamgracht vanaf de 13e eeuw,
Militaire landschappen en historische verdedigingslinies: Grebbelinie en Nieuwe Hollandse waterlinie,
Relicten van de koude oorlog, vliegbasis Soesterberg, nu een natuurlijk goed,
Of meer locatie gekoppeld: denk aan de excursies met een gids langs bijzondere natuurplekken over smalle informele paden,
Werk in vrijwilligersverband aan (bos)beheer,
Koppel het routenetwerk aan de NP Heuvelrug infrastructuur en maak lange afstandsroutes.
Promoot het dorp Soest hierbij als recreatieve kleinschalige pleisterplaats.
Stel duidelijke gedragsregels op t.b.v. niet gewenst gebruik en handhaaf daarop.
Zet in op het ontwikkelen van nieuwe opengesteldeverbindingen met: de Peijnenburger laagte(Baarn), landgoed Peijnenburg, de stuifduinengebieden, de bossen bij de vliegbasis en de Vlasakkers.
Besteed extra aandacht aan het beheer en toezicht bij de zandverstuivingen en koppel dat aan het bosbeheerplan/bosnota.
Bosnatuur, er liggen de nodige uitdagingen klaar, die voor een levendig en vitaler bos op de langer termijn zorgen. De bosnota en het ecologisch beheer dienen nader op elkaar afgestemd te worden.
Er komt een zonering voor het bos, heide en graslanden, e.e.a. in afstemming met het routebureau en RBT marketing, de zonering maakt onderscheid tussen:
Zone 1: Hoge natuurwaarde, niet toegankelijk, rustgebied jaardoor,
Zone 2: Hoge natuurwaarde, toegankelijk op afspraak met gids,
Zone 3: deelgebieden met hoge natuurwaarde, toegankelijk over de paden gehele jaar,
Zone 4: recreatief zeer aantrekkelijk gebied, toegankelijk gehele jaar, wel betredings-restricties voor gevoelige gebieden.
Bos:
Behoud waardevolle (oude) bossen, in het bijzonder oude boskernen,
Behoud afwisseling in typen bosopstanden,
Behoud percelen met fijnspar in verband met mycologische kwaliteiten,
Behoud percelen met jong grove dennenbos op bodems met een zeer dunne humuslaag door gericht beheer,
Omvorming van een deel van de productiebossen naar meer natuurlijk bos; de percelen worden zeer zorgvuldig geselecteerd,
Tot stand brengen van een functionele recreatiezonering.
Bosbeheer afstemmen door te anticiperen op de klimaatverandering, bijvoorbeeld door droogte- en ziektegevoelige soorten te vervangen en gemengde assortimenten aan te planten.
Heide:
Behoud heideterreinen,
Verbeteren kwaliteit heide, tegengaan vergrassing(beheer),
Vergroten oppervlak structuurrijke heide (beheer),
Uitbreiden van een aantal kleinere heideterreinen naar een minimale oppervlakte van vijf tot tien hectare,
Verbinden van kleinere heideterreinen door de aanleg van heideverbindingen langs paden of door het openkappen van bossen (maximale kroonbedekking 60%),
Voltooien heidecorridor door de zoom te verbinden met de stulp.
Zandverstuivingen:
Behoud zandverstuivingen,
Zeer hoge recreatiedruk,
Behoud waardevolle korstmosvegetaties en groeiplaatsen paddenstoelen door inrichtingsmaatregelen,
In stand houden van kleine stuifzanden en voorkomen dichtgroeien niet actieve kleine zandverstuivingen(beheer).
8. VLIEGVELD VAN GEZOEM EN GEZANG
De vliegbasis vormt de ultieme beleving van het militair verleden. Het vormt een geschikt startpunt voor diverse typen van bezoek.
Voor het LOP liggen er hier vijf doelstellingen:
De bijzondere natuur van de vliegbasis beschermen met een duidelijke robuuste zonering en excursies bezoek graslanden met gids. Afstemming met ecoloog en terreinbeheerder over padenloop en rustgebieden langs paden. Sommige paden niet jaarrond geopend, broedseizoen.
Afstemming beheer voor tegengaan achteruitgang kwaliteit droog schraalgrasland door verzuring (doorslaan naar heide) en vervilting, etc.
Verbindingen verzorgen met bosgebied korte en lange duinen, de Birkt en Peijnenburger laagte en de Amersfoortse weg met haar landgoederenzone.
Het ontwikkelen van een Groene entree.
Zoneringsplan rust en drukte ontwikkelen inclusief afstemming evenementen van Natuurmonumenten.
Natuur
Behoud areaal droog schraalgrasland
Handhaven afsluiting van de schraalgraslanden van de vliegbasis in het broedseizoen ten faveure van de veldleeuwerik en andere grondbroedende graslandvogels en struweelvogels
Tegengaan van de achteruitgang van de kwaliteit van droog schraalgrasland door het treffen van gerichte beheersmaatregelen
9 DYNAMISCH LANDGOEDLINT
De Amersfoortse weg ligt middenin de Utrechtse Heuvelrug en volgt niet het reliëf. De weg is als eerste gebiedsgerichte project ontwikkeld en aangelegd met een vakkenstructuur met vaste maatvoeringen. Hierin zijn verschillende landgoederen en instellingen met verscheidene bebouwingselementen aangelegd. Bij de landgoederen en instellingen zijn zichtlijnen haaks op het wegprofiel zeer kenmerkend.
Doelstellingen:
De ligging van deze cultuurhistorisch belangrijke weg met vakkenstructuur in de beboste rug van de Utrechtse Heuvelrug moet als een zeer herkenbaar element worden versterkt in samenhang met een aantrekkelijk wegprofiel voor recreatief gebruik, waarbij een verbindende route over de landgoederen een wens is.
Enkele opengestelde landgoederen onderdeel maken van de routestructuur, bijvoorbeeld per fiets.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.2
SPECIFIEKE DOELSTELLINGEN DEELGEBIEDEN
Onderdeel van Landschap- en Natuurontwikkelingsplan