Zoals in paragraaf 3.1 is aangegeven, wordt dit gebied vanuit veel hoeken aan het zicht onttrokken door spoordijken. Daarnaast is het voornamelijk landbouwgebied, zijn er geen waarden die de ontwikkeling van zonnevelden in de weg staan en wonen er geen mensen in dit gebied. Wel is er een volkstuinencomplex, dat intensief wordt gebruikt.
In deze paragraaf beschrijven we eerst kenmerken van het gebied die van invloed zijn op de ontwikkelmogelijkheden. Vervolgens geven we aan binnen welke ontwikkelruimte we hier zonnevelden mogelijk maken. Daarna volgen de randvoorwaarden voor de ontwikkeling.
Kenmerken van het gebied
De kenmerken van de locatie liggen ten grondslag aan de randvoorwaarden voor de locatie. Bij het maken van een plan voor het plaatsen en inpassing van de zonnevelden moet met deze kenmerken rekening worden gehouden.
Cultuurhistorie veenvaart
Over de locatie loopt een restant van de Oude Gracht, die door het laagste deel van het gebied stroomt en nu bedijkt is. Dit is mogelijk een restant van de laatmiddeleeuwse veen-vaartontginning. Er is een historisch ruimtelijk verband tussen deze Oude Gracht en de Grote Melm. De gracht is nu nog steeds een functionele (water)verbinding met de Eem. Het bestemmingsplan landelijk gebied regelt voldoende afstand tot de gracht.
De Oude Gracht rond 1900 en daaronder een ouder beeld waarin met dikke lijnen de veenvaarten zijn aangegeven
Bodem, structuur en functies in het gebied
Een deel van de bodem bestaat in de bovenste laag uit veen. Dit is aangegeven in het bestemmingsplan buitengebied. Het voorkomen van veenoxidatie zorg ervoor dat er geen broeikasgassen vrijkomen.
De kavelrichting is waarschijnlijk oud omdat deze over de Oude Gracht doorloopt. De Oude Gracht is dus door de al bestaande verkaveling gegraven. Deze verkavelingsstructuur willen we behouden.
Het gebied maakt deel uit van een van de historische boomsingelgebieden die in de omgevingsvisie zijn aangegeven als gebieden voor een kleinschaliger landschap met ruimte voor verschillende doelen zoals aangegeven in de paragraaf ‘Ruimtelijk kader omgevingsvisie grote zonnevelden.
In het gebied ligt een intensief gebruikt volkstuinencomplex.
Er is een openbare weg over het gebied. Deze weg is een historische weg waar de kavelrichting verspringt.
Het hele gebied heeft, op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’ een hoge archeologische verwachting.
In de participatie zijn meldingen van natuur in het gebied gedaan. In het bestemmingsplan en het landschapsontwikkelingsplan heeft dit gebied geen bijzondere functie voor natuur. In de omgevingsvisie is de hele ‘onderrand’ van het heuvelsysteem als potentieel waardevol voor natuur aangegeven, vooral vanwege de mogelijk kwel. Deze locatie maakt deel uit van die kwelzone.
De Grote Melmweg is een belangrijke (recreatieve) verbinding tussen Soest en de Eem.
Topografische situatie en de recreatieve verbinding vanuit Soest naar de Eem en de polder.
Randvoorwaarden en indieningsvereisten voor initiatieven van zonnevelden
Het gebied waar een zonneveld kan komen is aangegeven op de kaart. Het uitgangspunt is dat er één zonneveld ontwikkeld wordt dat een zo groot deel van het gebied bestrijkt. Dit is inclusief ruimte die nodig is voor extra landschappelijke inrichting. Bepaalde gebieden zijn uitgesloten zoals de Oude Gracht en de weg (met een zone daar omheen) zodat het gebied toegankelijk blijft.
In de groene zone op de kaart, langs de Grote Melmweg, moet extra groen, boomsingels en beplanting worden aangelegd door de initiatiefnemer als onderdeel van de ontwikkeling van zonnevelden. Dit is op de kaart aangegeven als landschapszone. Dit stuk is nodig voor een goede landschappelijke inpassing van het zonneveld. Het doel is dat de zonnevelden jaarrond niet zichtbaar zijn vanaf de Grote Melmweg.
De inrichting van de landschapszone moet aansluiten bij de doelstellingen voor de polder uit de omgevingsvisie. Die doelen zijn natuur, natuurgerichte landbouw, cultuurhistorie en recreatie.
Voor het volkstuinencomplex zijn twee mogelijkheden om te blijven bestaan. Blijven op de huidige locatie met eventueel een zonneveld rondom de volkstuinen. Of in hetzelfde formaat verplaatsen naar de landschapszone met een goede landschappelijke inpassing.
Het zonnepark moet zichtbaar en beleefbaar als cultureel, kunstobject worden vormgegeven. Zowel zichtbaar vanuit de trein als vanuit de Oude Gracht.
De weg in het gebied moet aan weerszijden met een haag worden beplant zodat dit een aantrekkelijke toegang tot de Oude Gracht blijft. Daarom moet er aan beide zijden 5 meter worden vrijgehouden van zonnevelden.
Prorail heeft aangegeven dat de spoorlijnen bereikbaar moeten blijven in geval van nood en voor onderhoud. Daarnaast wijst Prorail op haar omgevingsbeleid;
het zicht vanuit de trein is iets om mee te nemen in het plan van de mogelijke initiatiefnemer.
Overige eisen
Bestaande sloten blijven behouden. Met minimaal 3 meter afstand tot panelen vanuit het begin van het talud.
A-watergangen moeten toegankelijk blijven buiten het hek van de zonnevelden, minimaal 5 meter ruimte aanhouden.
Waterpeilen onder zonnepanelen worden in de loop van 5 jaar na aanleg verhoogd tot een niveau waarop de oxidatie van het veen stopt en nog geen CH4 vrijkomt. In overleg met gemeente en waterschap.
De zonnepanelen zijn maximaal 1,7 m2 en hebben een minimale tussenruimte van 20 cm. Hiermee wordt gepoogd water en lichttoetreding zo gelijkmatig mogelijk te verdelen zodat de vegetatie niet sterft. Deze voorwaarde kan door de gemeente worden aangepast zodra er meer kennis is over zonnevelden op veengronden.
De laagste hoogte van een paneel is 1 meter zodat er onderhoud mogelijk is en het licht zich kan verspreiden. De hoek is maximaal 30 graden (dat mag over de lengterichting zijn), maar mag ook 0 graden zijn. De grootste hoogte van een paneel is 2,50 meter zodat de panelen niet boven de spoortaluds zichtbaar worden vanuit de omgeving.
De eisen van Prorail voor toegankelijkheid van de spoorlijnen in geval van nood en voor onderhoud moeten verwerkt worden in het plan, in afstemming met ProRail door initiatiefnemer.
Het plan moet voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (onderzoek effect flora en fauna, bodemonderzoek, archeologisch onderzoek, effecten op kabels/leidingen etc.) Hier valt onderzoek naar biodiversiteit en beschermde soorten onderen naar mogelijk schade aan de archeologische waarden.
Er moet een beheervoorstel zijn waarmee geloofwaardig is dat er duurzaam een goede vegetatie onder de zonnepanelen kan worden gerealiseerd.
Vanwege de zichtbaarheid (vanuit de trein) worden aan de juiste plaatsing van de panelen hoge eisen gesteld. Daarom moet het ontwerp van de panelen op basis van nauwkeurige NAP-hoogtes in 3D worden gemaakt. Bij de realisatie mag de afwijking niet meer zijn dan 2 cm ten opzichte van het 3D ontwerp.
Frames van panelen mogen niet uitlogend zijn.
Er mag geen mest worden toegevoegd.
Schoonmaakmiddelen mogen niet gebruikt worden.
Indieningsvereisten
In Hoofdstuk 5 is de indieningsprocedure beschreven. De initiatiefnemer dient een ruimtelijk plan in waarin is aangegeven op welke wijze voldaan wordt aan alle bovengenoemde eisen. Zowel in een tekening als met een toelichting. Daarbij zijn de volgende aandachtspunten belangrijk. De ruimtelijke verdeling van de panelen moet vanaf de eerste tekeningen aangegeven zijn. Zowel als ‘ontwerp’ over het hele gebied, als technisch met de tussenruimtes. Ook vanaf het begin van de procedure moet technisch nauwkeurig worden aangegeven hoe de waterhuishouding wordt georganiseerd, hoe de peilen worden verhoogd en hoe de veengrond in leven wordt gehouden. Vanaf de start moet gewerkt worden met een ingemeten situatie. De initiatiefnemer moet een inrichtings en beheer- en onderhoudsplan indienen. Dit wordt als voorwaardelijke verplichting toegevoegd aan de vergunning/bestemmingsplan.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.2
Locatie A: Spoordriehoek6deze locatie is vervallen naar aanleiding van het amendement dat is te lezen in bijlage 3 (van toepassing op de hele paragraaf).
Onderdeel van Uitnodigingskader grootschalige elektriciteitsopwekking Soest en Soesterberg