Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.4

Beoordeling grondslag verwerken politiegegevens bij de opsporingstaak

Onderdeel van Privacybeleid Buitengewoon opsporingsambtenaren Gemeente Heemstede

De scheidslijn tussen artikel 8- en artikel 9-gegevens is niet altijd eenduidig. Het is daarbij wel belangrijk om te weten wat de grondslag van de gegevensverwerking is, omdat beide grondslagen andere voorwaarden en verwerkingstermijnen kennen. Om te beoordelen of het een artikel 9-verwerking is, wordt gebruik gemaakt van de volgende richtlijn, waarbij de opgenomen volgorde ook de volgorde van de beslissing is: Het is de verwachting dat er meer dan veertig uur onderzoek nodig is. Het gaat om een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. Er wordt een verkennend onderzoek als bedoeld in artikel 126gg Wetboek van strafvordering opgestart. Er worden bijzondere opsporingsmiddelen toegepast. Er worden gericht grote hoeveelheden gegevens verwerkt over personen en locaties (zie toelichting hieronder). Er wordt met meerdere opsporingsambtenaren aan een onderzoek gewerkt, bijvoorbeeld samen met de politie (zie toelichting hieronder). Er is afscherming van de gegevens gewenst (zie toelichting hieronder). Er is een langere verwerkingstermijn van de gegevens gewenst of te voorzien, bijvoorbeeld bij ernstige misdrijven met een onbekende dader. Toelichting op punt 5 In sommige gevallen kan een artikel 8-verwerking een artikel 9-verwerking worden, waarbij dan een grote hoeveelheid gegevens wordt verwerkt. Hierbij kan bijvoorbeeld sprake zijn geweest van ernstige overlast in een woonwijk of het dumpen van afval in het bos. Aanvankelijk is er sprake van een melding in de dagelijkste opsporingstaak, maar dit kan uiteindelijk voldoende aanleiding geven om gericht allerlei informatie te verzamelen om de probleemsituatie te analyseren. Een ander voorbeeld is het opbouwen van een dossier rondom een veelpleger, waarbij gericht allerlei gegevens worden verzameld en opgenomen in het dossier. Toelichting op punt 6 Als meerdere opsporingsambtenaren samenwerken bij bijvoorbeeld een horeca- of brandweercontrole en er is sprake van strafbare feiten, dan kan de verwerking aangewezen worden als artikel 9-verwerking. Bij dergelijke samenwerkingen treedt de boa vaak op als toezichthouder en niet als opsporingsambtenaar, waarbij de gegevens die door de toezichthouder worden vastgelegd niet onder de Wpg vallen, maar onder de AVG (zie hoofdstuk 2). Toelichting op punt 7 Het afschermen van gegevens is niet zonder meer toegestaan, omdat de Wpg verplicht gegevens te delen met iedereen die die gegevens nodig heeft voor het werk. Het ter beschikking stellen van politiegegevens kan alleen worden geweigerd of aan beperkende voorwaarden worden onderworpen als dat is opgenomen in artikel 2:13 van het Bpg. Deze weigeringsgronden zijn beperkt en limitatief. Bijvoorbeeld de angst dat gegevens door collega’s worden geraadpleegd voor eigen belang of uit sensatiezucht is geen reden voor afscherming. De gemeente hanteert daarom een zorgvuldig integriteitsbeleid dat voorkomt dat uit nieuwsgierigheid gegevens worden geraadpleegd. Daarnaast worden alle verwerkingen gelogd, waardoor alle handelingen altijd traceerbaar zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel