Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.6

Samenwerking en verstrekking

Onderdeel van Privacybeleid Buitengewoon opsporingsambtenaren Gemeente Heemstede

Politiegegevens moeten worden gedeeld met iedereen die deze gegevens nodig heeft voor zijn werk: de gegevens worden ter beschikking gesteld. Dit is de ‘free flow of information’, waarbij altijd het ‘need-to-knowprincipe’ geldt. De boa’s van de gemeente Heemstede zijn integer en raadplegen en verstrekken geen gegevens die zij niet mogen raadplegen of verstrekken. Daarbij logt de gemeente de handelingen van zijn boa’s, zodat altijd te achterhalen is wie welke gegevens heeft geraadpleegd of verstrekt. Bij de eerste beoordeling van de verstrekking wordt gebruik gemaakt van het schema in bijlage 3. De verstrekking wordt daarbij gedocumenteerd. Samenwerken met de politie Boa’s en politie delen op verschillende manieren gegevens met elkaar: opvragen van informatie via de meldkamer of de C2000-portofoon; ze gaan samen met elkaar op pad met gezamenlijke acties, zoals preventie woninginbraak en verkeerscontroles; de boa’s wonen (in de toekomst) een briefing van de politie bij. Opvragen van informatie via de meldkamer of de C200-portofoon De gemeente Heemstede heeft met de politie afgesproken dat informatie bij de politie kan worden opgevraagd. Het gaat hierbij vooral om gevaarindicaties en antecedentgegevens die relevant zijn voor de veiligheid van de boa of om een zaak goed af te handelen als er bijvoorbeeld sprake is van een recidive. Hierbij worden bij de overweging of gegevens gevraagd worden altijd het noodzakelijkheids-, subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel toegepast: zijn deze gegevens echt nodig, kan ik mijn doel niet bereiken op een manier die een kleinere impact heeft op de betrokkene en staat het verwerken van deze gegevens wel in verhouding tot de inbreuk op de privacy van de betrokkene? Politie en boa’s gaan samen op pad Als politie en boa’s samen optrekken, kunnen de noodzakelijke gegevens direct worden gedeeld en zo ter beschikking zijn gesteld. Er kan hierbij sprake zijn van twee situaties: Als er sprake is van een strafbaar feit, dan treedt de politie op als opsporingsambtenaar en de boa als toezichthouder. In dat geval verwerkt de boa de gegevens onder de AVG. Zowel de boa als de politie werken als opsporingsambtenaar. In dat geval verwerken beiden de gegevens onder de Wpg. Informatie-uitwisseling via een briefing van de politie Ook het bijwonen van een briefing van de politie is een vorm van ter beschikking stellen. De chef van de politie beoordeelt daarbij aan de hand van het noodzakelijkheids-, subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel welke gegevens deze tijdens de briefing met de boa’s deelt. Verstrekken aan partners buiten het Wpg -domein In de Wpg is vastgelegd aan welke partijen buiten het Wpg-domein gegevens mogen worden verstrekt. Elke verstrekking wordt geadministreerd, zodat de betrokkene bij een inzageverzoek kan zien aan wie gegevens zijn verstrekt. Bij de beoordeling aan wie welke gegevens mogen worden verstrekt maakt de gemeente gebruik van de verstrekkingenwijzer via: https://www.natuurnetwerk.info/BRS-Verstrekkingenwijzer/. In het Bpg boa zijn twee verstrekkingsmogelijkheden omschreven, die de politie niet heeft. Het gaat hierbij om opsporingsgegevens die de boa zelf heeft verzameld en mogelijk heeft verrijkt: Het college kan structureel verstrekken aan een instantie mogelijk maken. Hiervoor moet een zwaarwegend belang zijn, de Officier van Justitie moet hiermee akkoord gaan en dit moet in de Staatscourant gepubliceerd worden. Opsporingsgegevens kunnen verstrekt worden aan de toezichtstaak, mits het toezicht in hetzelfde domein plaatsvindt. Dit geldt zowel voor het delen met een partner als aan zichzelf als toezichthouder. Bij verstrekkingen buiten het Wpg-domein wordt in een register bijgehouden welke gegevens op welke datum aan wie zijn verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel