De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.2, houdt voor het aanleggen van een uitweg naar de openbare weg in ieder geval in dat:
Verkeersonveilige situaties worden voorkomen;
De uitweg niet onnodig ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of andere voorziening op of aan de weg;
De uitweg niet onnodig ten koste gaat van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte;
Het openbaar groen door de uitweg niet onevenredig wordt aangetast; en
De uitweg gaat niet ten koste van de waterhuishouding.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.6.1
Artikel 5.6.1.2