De omgevingsvergunning kan alleen worden geweigerd als:
Door de uitweg een verkeersonveilige situatie kan ontstaan;
De aanleg van de uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of andere voorziening op of aan de weg;
Het openbaar groen door de uitweg op onaanvaardbare wijze wordt aangetast
De uitweg ten koste gaat van de waterhuishouding; of
Het perceel al door een andere uitweg wordt ontsloten.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.6.1
Artikel 5.6.1.5