1. Wanneer het college van burgemeester en wethouders wordt verzocht mee te werken aan het afwijken van het vigerende bestemmingsplan met het doel gronden te gebruiken voor de woonfunctie worden in ieder geval de volgende voorwaarden gesteld:
a. Het verkavelingspatroon van agrarische percelen mag door de uitbreiding niet wijzigen;
b. Bestaande zichtlijnen naar het landschap mogen door de uitbreiding niet verdwijnen;
c. De uitbreiding van het woonperceel mag nietten koste gaan van de bruikbaarheid van het restand van het perceel voor de agrarische functie;
d. Voor het opnemen van bouwmogelijkheden voor gebouwen moet de noodzaak worden aangetoond;
e. Uitbreiding van een woonperceel mag niet plaatsvinden op grond die bestemd is als ‘Natuur’, ‘Bos’ of ‘Water’.
Artikel 3. Beoordelingscriteria
Artikel 3. Beoordelingscriteria
Onderdeel van Beleidsregel beoordeling vergroten woonpercelen in het buitengebied