Naar hoofdinhoud
1.. De kunstuiting en (de relatie met) de beoogde locatie zullen worden beoordeeld op esthetiek, stijl, originaliteit, kwaliteit, duurzaamheid materiaalgebruik en onderhoud. 2.. Daarnaast vindt door het college van burgemeester en wethouders een eerste technische en planologische beoordeling plaats, ook met betrekking tot verkeersaspecten, veiligheidsaspecten, wenselijkheid en plaatsingsmogelijkheden van de kunstuiting. 3.. Het college van burgemeester en wethouders zal, naast het zelfstandig oordeel van de burgemeester met betrekking tot de effecten van de kunstuiting voor de locatie op de openbare orde en veiligheid, in zijn beoordeling tevens de onderstaande aspecten betrekken: het aantal kunstuitingen in de directe omgeving; de kunstuiting is niet in strijd met de goede zeden; de kunstuiting is niet in strijd met openbare orde en veiligheid; de kunstuiting is geen reclame uiting; de kunstuiting is duurzaam in ontwerp en beheer; de kunstuiting is geen op zichzelf staand object, het dient de openbare ruimte te versterken en/of duidelijk symbool te staan voor specifieke locaties, bijzondere mensen of uitzonderlijke gebeurtenissen; de kunstuiting is vandalismebestendig waardoor ongewenste graffiti of bekrassing eenvoudig te verhelpen is; het gevoelen van de naaste omgeving.

Rechtspraak bij dit artikel