Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2022

Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gedurende maximaal vijfenveertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen, met inbegrip van de geagendeerde lijst van ingekomen stukken en mededelingen. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep op de rechter, openstaat of heeft opengestaan, alsmede ingekomen stukken en mededelingen die hierop betrekking hebben; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. de op de agenda geplaatste advieslijst; Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten laatste 12 uur voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam en adres en het agendapunt, waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten dan wel tenminste minimaal drie minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan negen insprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. Elke inspreker heeft het recht om te reageren op de vragen die door de commis-sieleden c.q. de commissievoorzitter zijn gesteld naar aanleiding van zijn inspreekreactie. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker(s).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel