Elke basisschool heeft een aanbod voor hoogbegaafde leerlingen. Hierdoor bestaat er in principe geen recht op leerlingenvervoer voor deze leerlingen (artikel 8 lid 3 a en b van de verordening). Er zijn twee situaties waarin een hoogbegaafde leerling wel aanspraak kan maken op leerlingenvervoer:
Als een leerling als gevolg van een handicap niet zelfstandig kan reizen en als de leerling is aangewezen op een school op een afstand van meer dan 6 kilometer.
Als de dichtstbijzijnde basisschool geen of nog geen passend aanbod heeft voor de hoogbegaafde leerling. In dit geval kan het zijn dat de leerling verder moet reizen naar de dan dichtstbijzijnde basisschool die wel een passend aanbod kan bieden.
In de gevallen genoemd onder a en b van het eerste lid kan een leerling een aanvraag bij het college indienen voor bekostiging leerlingenvervoer. Het college onderzoekt of de genoemde omstandigheden daadwerkelijk van toepassing zijn. Op basis daarvan wordt een besluit genomen.
De hoogbegaafdheid van de leerling moet op basis van onderzoek worden gestaafd. Daarnaast moet er een toelichting worden gegeven waarom er geen passend aanbod is voor de betreffende leerling op dichterbij gelegen basisscholen. Hierbij dient het samenwerkingsverband altijd ingeschakeld te worden. Indien het een keuze is van de ouders of verzorgers zelf en er een passend aanbod is op de dichtstbijzijnde toegankelijke school kan er geen aanspraak gedaan worden op leerlingenvervoer.
Artikel 12.
Vergoeding vervoer hoogbegaafde leerlingen
Onderdeel van Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Eemsdelta 2022