Naar hoofdinhoud
1.. De regeling wordt opgeheven indien ten minste twee derde van de deelnemende gemeenten daartoe besluit. 2.. Indien de regeling wordt opgeheven, geschiedt de liquidatie door het Algemeen Bestuur. 3.. Uiterlijk 6 maanden voor het tijdstip waarop de regeling ophoudt te bestaan, stelt het Algemeen Bestuur een liquidatieplan op dat aan de raden van de aangesloten gemeenten moet worden medegedeeld. 4.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen hun beschouwingen over het liquidatieplan binnen twee maanden na ontvangst daarvan aan het Algemeen Bestuur meedelen. 5.. Zo nodig blijft het Algemeen Bestuur ook na het tijdstip der opheffing voortbestaan ten behoeve van de liquidatie.

Rechtspraak bij dit artikel