Wanneer de aanvrager een inkomen heeft boven de bijstandsnorm en/of in het bezit is van vermogen, dan moet de gemeente vaststellen welk gedeelte van dat inkomen en/of vermogen de aanvrager zelf kan gebruiken om de kosten te betalen. Dit wordt de financiële draagkracht genoemd. Het deel dat de aanvrager niet zelf kan betalen, vergoedt de gemeente vanuit de bijzondere bijstand.
De individuele inkomenstoeslag (IIT) en de Studietoeslag worden niet in aanmerking genomen bij de berekening van de draagkracht voor bijzondere bijstand.
Het vrij te laten inkomen zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid van de Participatiewet, wordt alleen in aanmerking genomen bij de draagkrachtberekening voor zover dat inkomensbestanddeel gelet op zijn aard bedoeld is om in de betreffende noodzakelijke kosten te voorzien.
Het vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34, derde lid van de Participatiewet wordt alleen in aanmerking genomen bij de draagkrachtberekening voor zover de aanvraag voor bijzondere bijstand betrekking heeft op:
noodzakelijke kosten waarvoor het betreffende vermogensbestanddeel gelet op zijn aard bedoeld is;
de aflossing van schulden;
kosten voor woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen, of
kosten waarvoor alleen om zeer dringende redenen bijzondere bijstand wordt verleend.
Wanneer de aanvrager beschikt of kan beschikken over vermogen waarvan de waarde de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid, te boven gaan, dan wordt dit meervermogen minus 1 maand bijstandsnorm en de toepasselijke bedragen voor huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag, kindgebonden budget en dergelijke in aanmerking genomen bij de berekening van de draagkracht.
Netto-inkomen dat lager is dan de bijstandsnorm plus €100,- wordt niet meegenomen bij de berekening van de draagkracht;
Netto-inkomen dat hoger is dan de bijstandsnorm plus € 100,- wordt voor 25% meegenomen bij de berekening van de draagkracht.
Verder wordt het bedrag aan zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget, waarop de aanvrager aanspraak zou maken als hij of zij een inkomen had gelijk aan de bijstandsnorm, bij de berekening van de draagkracht niet in aanmerking genomen. Dit bedrag wordt verminderd met het bedrag aan zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget, waarop de aanvrager aanspraak maakt op basis van zijn of haar actuele inkomen.
Het genoemde onder 5c is niet van toepassing voor zover een toeslag gelet op zijn aard bedoeld is om te voorzien in de kosten waarop de aanvraag voor bijzondere bijstand betrekking heeft.
In afwijking van het vorige lid wordt het meerinkomen geheel meegerekend in de draagkrachtberekening wanneer de bijzondere bijstandsaanvraag betrekking heeft op:
de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen (zie verder artikel 7.1 van deze beleidsregels)
de kosten van curatele, bewindvoering, inkomensbeheer en mentorschap (zie verder artikel 7.6 en 7.7. van deze beleidsregels), of
de jongerentoeslag en de woonkostentoeslag (zie verder artikel 8 en 9 van deze beleidsregels).
Met het oog op het vaststellen van de financiële draagkracht gaat het college uit van het inkomen:
over het kalenderjaar voorafgaand aan de bijzondere bijstandsaanvraag, als de aanvraag is gedaan door een zelfstandige;
over de drie kalendermaanden voorafgaand aan de bijzondere bijstandsaanvraag, als de aanvraag is gedaan door een aanvrager met sterk wisselende inkomsten, die niet als zelfstandige werkt;
over de kalendermaand voorafgaand aan de bijzondere bijstandsaanvraag in andere gevallen dan die bedoeld onder a en b.
Aanvragers die (a) in een wettelijke schuldsanering (WSNP) zitten, of (b) waar met behulp van een lening bij de Kredietbank Amsterdam of een Bbz lening (indien het een zelfstandige betreft) een minnelijke schuldsanering tot stand is gekomen, worden geacht bij aanvang van die sanering geen draagkracht te hebben.
Bij de draagkrachtberekening wordt alleen het inkomen en het vermogen van het individu of het gezin betrokken. Er wordt geen rekening gehouden met het inkomen en vermogen van andere inwoners of kostendelers.
Artikel 5.
Financiële draagkracht voor bijzondere bijstand Artikel 5.1. Hoe is de draagkracht opgebouwd?
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Amsterdam