Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Woonkostentoeslag

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Amsterdam

1.. Wanneer een aanvrager een huurwoning of eigen woning heeft met hoge woonkosten, kan het college bijzondere bijstand verlenen in de vorm van een woonkostentoeslag, om diegene in staat te stellen in deze woonkosten te voorzien. Het kan hierbij ook gaan om een woonwagen of een woonboot in huur of eigendom van de aanvrager. 2.. Wanneer een aanvrager een huurwoning bewoont waarvoor huurtoeslag mogelijk is, maar waarvoor deze door een wijziging in omstandigheden in de loop van een jaar niet de maximale huurtoeslag ontvangt die volgens de Wet op de huurtoeslag in de betreffende situatie mogelijk is, is de woonkostentoeslag gelijk aan de maximale huurtoeslag verminderd met de toegekende aanspraak op huurtoeslag, waarbij op dit bedrag de beschikbare financiële draagkracht zoals genoemd in artikel 5 in mindering wordt gebracht. 3.. Wanneer de aanvrager huurder is van een woning waarvan de huur hoger is dan de toeslaggrens volgens de Wet op de huurtoeslag (de maximum huurgrens), kan op grond van individuele omstandigheden, in het bijzonder in geval van een niet voorzienbare inkomensdaling, een woonkostentoeslag worden verleend. Voor de berekening van de woonkostentoeslag wordt uitgegaan van: het bedrag aan huurtoeslag waarop aanspraak zou bestaan als de huur gelijk zou zijn aan de maximale rekenhuur, vermeerderd met het bedrag aan woonkosten boven de maximale rekenhuur. Voor dit totaal kan, na aftrek van de aanwezige financiële draagkracht zoals genoemd in artikel 5, woonkostentoeslag worden verleend. In dit geval wordt de woonkostentoeslag verleend voor twaalf maanden en wordt daaraan de verplichting verbonden dat de aanvrager probeert om zo snel mogelijk goedkopere woonruimte te vinden. De toekenning van woonkostentoeslag kan worden verlengd wanneer daar aanleiding voor is, gezien de omstandigheden van de aanvrager en zijn of haar inzet voor goedkopere woonruimte. 4.. Bij een eigen woning wordt de woonkostentoeslag verleend overeenkomstig het bepaalde in lid 2 en 3. Bij een overwaarde in de woning die uitgaat boven het bedrag, genoemd in artikel 34 lid 2 onder d van de wet (in 2022: € 54.900), wordt de woonkostentoeslag in beginsel verleend als geldlening. 5.. Onder woonkosten wordt in dit artikel verstaan: bij een huurwoning: de per maand geldende huurprijs als omschreven in artikel 1 onder d van de Wet op de huurtoeslag; bij een eigen woning: de tot een bedrag per maand omgerekende hypotheekrente, andere eigenaarslasten en onderhoudskosten, verminderd met de genoten hypotheekrenteaftrek. 6.. Wanneer de aanvraag voor woonkostentoeslag (mede) wordt ingediend door een zelfstandige, geldt een afwijkende werkwijze. In dat geval wordt de aanspraak op woonkostentoeslag op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) beoordeeld in samenhang met de aanspraak op algemene bijstand. Hierbij gaat het college ervan uit dat de aanvrager uit een inkomen ter hoogte van de algemene bijstandsnorm de volgende bedragen aan woonkosten kan betalen: in het geval van een huurwoning: € 430,- aan kale huur per maand plus eventuele servicekosten; in het geval van een woning in eigendom: € 330,- aan hypotheekrente en eventuele erfpachtcanon per maand; daarnaast wordt ervan uitgegaan dat de aanvrager € 100,- per maand aan andere eigenaarslasten heeft en uit een inkomen ter hoogte van de algemene bijstandsnorm kan betalen. De woonkostentoeslag wordt overeenkomstig de systematiek van het Bbz in eerste instantie verleend als geldlening. Afhankelijk van het naderhand vastgestelde inkomen over het betreffende boekjaar wordt deze lening naderhand geheel of gedeeltelijk omgezet in een gift.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel