Naar hoofdinhoud

Artikel 5.1.3.

Inkomen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Amsterdam

1. . Het vrij te laten inkomen zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid van de Participatiewet, wordt niet meegenomen bij de berekening van de draagkracht. 2. . Netto-inkomen dat lager is dan de bijstandsnorm plus €100,- (voor een alleenstaande) dan wel lager is dan de bijstandsnorm plus 300,- (voor een echtpaar) wordt niet meegenomen bij de berekening van de draagkracht. 3. . Netto-inkomen dat hoger is dan de in lid 2 genoemde bijstandsnorm plus € 100,- respectievelijk bijstandsnorm plus €300,- wordt voor 25% meegenomen bij de berekening van de draagkracht. 4a. . In afwijking van lid 3 wordt het netto-inkomen dat meer is dan de in lid 2 genoemde bijstandsnorm plus € 100,- respectievelijk bijstandsnorm plus 300,-, voor 60% meegenomen bij de berekening van de draagkracht wanneer de bijzondere bijstandsaanvraag betrekking heeft op de woonkostentoeslag voor een huurwoning (zie verder artikel 9.2 lid 2 van deze beleidsregels). 4b. . In afwijking van lid 3 wordt het netto-inkomen dat meer is dan de in lid 2 genoemde bijstandsnorm plus € 100,- respectievelijk bijstandsnorm plus 300,-, geheel (100%) meegenomen bij de berekening van de draagkracht wanneer de bijzondere bijstandsaanvraag betrekking heeft op: de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen (zie verder artikel 7.1 van deze beleidsregels) de kosten van bewindvoering, curatele en mentorschap (zie verder artikel 7.7. van deze beleidsregels), of de jongerentoeslag en de woonkostentoeslag voor een eigen woning (zie verder artikel 8 en 9 van deze beleidsregels). 5. . Wanneer hier reden voor is, kunnen de bedragen genoemd in lid 2, 3 en 4 door de directeur Inkomen worden geïndexeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel