Naar hoofdinhoud

Artikel 9.3

Woonkostentoeslag voor een eigen woning

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Amsterdam

1a. . Het college beschouwt de woonkosten van een aanvrager tot een bedrag van € 410,- per maand (bedrag 2026) als algemene kosten van bestaan. De woonkosten moeten tot dit bedrag van het eigen inkomen worden betaald. Wanneer de woonkosten meer bedragen dan dit bedrag, kan de aanvrager recht hebben op woonkostentoeslag. 1b. . Het bedrag genoemd onder lid 1a van dit artikel wordt jaarlijks berekend op basis van de Wet op de huurtoeslag, en afgerond op een bedrag van € 10,-. 2a. . Voor de berekening van de woonkostentoeslag voor een eigen woning wordt uitgegaan van het bedrag van de maandelijkse hypotheekrente en (indien van toepassing) erfpachtcanon, vermeerderd met een bedrag van € 125,- per maand (bedrag 2026) voor de overige eigenaarslasten. Voor dit totaal kan, na aftrek van zowel (1) het van toepassing zijnde bedrag zoals genoemd onder lid 1a van dit artikel 9.3. als (2) de aanwezige financiële draagkracht zoals genoemd in artikel 5.1.3. lid 4b van deze beleidsregels, woonkostentoeslag worden verleend. 2b. . Het bedrag voor de overige eigenaarslasten zoals genoemd in het voorgaande lid 2a wordt jaarlijks geïndexeerd. Hiervoor sluit de gemeente aan bij het alimentatie-indexeringspercentage van het Ministerie van Justitie. 3. . Wanneer de aanvrager een woning heeft waarvan de overwaarde uitgaat boven een bedrag van € 235.000,- dan wordt de woonkostentoeslag verstrekt als lening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel