Naar hoofdinhoud

Artikel 1.6

Weigeringsgronden

Onderdeel van Regeling projectsubsidies Cultuurmakers 2021-2024

1.. Het AFK weigert de subsidie ongeacht voor welke vorm als: de aanvraag niet past binnen de doelstelling van de regeling zoals opgenomen in artikel 1.2; de activiteiten op grond van artikel 1.3 niet voor subsidie in aanmerking komen; de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 1.4; 2.. Het AFK weigert de subsidie ongeacht voor welke vorm voorts als: de aanvraag na toetsing van de aanvraag aan de beoordelingscriteria als bedoeld in artikel 3.1 niet voor honorering in aanmerking komt; voor de activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd, door het AFK op grond van deze of een andere regeling of binnen de Amsterdamse basisinfrastructuur in het kader van het Amsterdams Kunstenplan 2021-2024, al subsidie is verleend; een aanvrager na een geheel of gedeeltelijk afwijzend besluit door het AFK een nieuwe aanvraag indient voor dezelfde activiteiten tenzij de aanvrager uitdrukkelijk gewijzigde omstandigheden of nieuwe feiten vermeldt die een nieuwe beoordeling van de aanvraag rechtvaardigen; reeds tweemaal eerder voor dezelfde activiteiten subsidie is aangevraagd en deze aanvraag is geweigerd; over een voorafgaand project van dezelfde aanvrager, waarvoor het AFK een subsidie heeft verleend, geen verantwoording is afgelegd die aan de voorwaarden van het AFK voldoet; uit de aanvraag blijkt dat de eerste publieke presentatie van een project of de start van de activiteiten van een ontwikkelplan plaatsvindt binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. In geval van ‘Mijn Eerste Aanvraag’ (artikel 2.3) is deze termijn een maand vanaf de datum van het gesprek met het AFK; de uitvoering van de activiteiten niet binnen vierentwintig maanden na het besluit tot verlening van de subsidie zijn afgerond; de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd religieuze en/of politieke doeleinden heeft; er geen sprake is van een begrotingstekort; de gevraagde bijdrage van het AFK lager is dan € 1.500; het gevraagde subsidiebedrag meer dan 75% van de totale kosten bedraagt; door toekenning van de subsidie het (deel)subsidieplafond wordt overschreden; gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente Amsterdam of haar ingezetenen; de aanvrager doelen nastreeft, activiteiten ontplooit of handelingen verricht die in strijd zijn met het recht, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager niet voldoet aan de voor de desbetreffende organisatie gebruikelijke normen met betrekking tot good governance en fair practice op het terrein van goed bestuur, adequaat toezicht en een veilige werkomgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel