**1..** Als de jeugdige is aangewezen op jeugdhulp zorgen ouders in beginsel op eigen kracht voor het vervoer van en naar de locatie van de jeugdhulpaanbieder en kent het college geen vervoersvoorziening toe.
**2..** Het college kent slechts een vervoersvoorziening toe als:
de jeugdige is aangewezen op een individuele voorziening voor jeugdhulp én er sprake is van een medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige die het zelfstandig reizen met het openbaar vervoer onmogelijk maakt én
bij de ouders en het netwerk sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid waardoor deze de jeugdige niet kan vervoeren of met de jeugdige kan meereizen én
er geen andere manier is om de jeugdige jeugdhulp te bieden, bijvoorbeeld bij een andere aanbieder dichterbij het woonadres van de jeugdige. Hierbij hanteert het college het principe van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening.
**3..** Bij het beoordelen van de zelfredzaamheid worden de eigen mogelijkheden en eigen kracht van ouders en netwerk onderzocht. Hiertoe behoort geen toets met betrekking tot financiële draagkracht en vermogen van ouders. Hiervoor kunnen ouders een beroep doen op bijzondere bijstand.
**4..** Een vervoersvoorziening is altijd tijdelijk. De voorziening wordt beëindigd op het moment dat de medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid van jeugdige of ouders is opgeheven.
**5..** Vervoerskosten worden niet met terugwerkende kracht toegekend.
**6..** Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling van de vergoeding, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening dan wel vergoeding. Hierbij hanteert het college het principe van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening.
Hoofdstuk 5
Artikel 18
Vervoer van en naar een jeugdhulplocatie
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Bladel 2022