Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3.2.2.1

Rijvaardigheid is een voorwaarde voor het verstrekken van een scootmobiel.

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022

Voor een scootmobiel moet de cliënt de rijvaardigheid van een beginnend bestuurder hebben. Het college onderzoekt voor verstrekking de rijvaardigheid van de cliënt. Ook na verstrekking kan het college in het kader van een heronderzoek de rijvaardigheid onderzoeken. Wanneer de cliënt niet de rijvaardigheid heeft die nodig is, trekt het college de indicatie in en moet de cliënt het voertuig inleveren. Wanneer een cliënt niet de nodige rijvaardigheid bezit, maar wel in staat is dit te leren wordt de cliënt erop gewezen dat men gebruik kan maken van de 1e lijns ergotherapie. De ergotherapeut is voorliggend aan de Wmo. Het initiatief ligt dan vervolgens bij de klant of men hier gebruik van maakt. Heeft het college tijdens de Wmo-onderzoeksfase behoefte aan advies van een ergotherapeut, dan ligt het initiatief bij gemeente zijn de kosten voor de Wmo. Het college kan nog rijlessen toewijzen nadat een scootmobiel is verstrekt. Hierover zijn contractafspraken met de hulpmiddelenleverancier. De leverancier verzorgt een eerste toets / gewenningsles en eventueel een extra les. Als de hulpmiddelenleverancier van mening is dat de rij- en/of gebruiksvaardigheid of het verkeersinzicht dan nog te wensen overlaat, worden eventueel extra lessen verzorgd.

Rechtspraak bij dit artikel