Bevoegd gezag
De gemeente, het waterschap, Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap en – in specifieke gevallen - ook particulieren hebben allen een baggeropgave. Wie deze onderhoudsverplichting heeft, en voor welke watergangen, is vastgelegd in de Legger Oppervlaktewater. De Legger markeert ook de grenzen waar de bevoegdheid van de gemeente ligt en waar die van de waterkwaliteitsbeheerder.
Voor de toepassing van baggerspecie op de landbodem binnen de gemeentegrenzen is de gemeente Haarlemmermeer bevoegd gezag. Voor de toepassing van baggerspecie in oppervlaktewater is de waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag (ingevolge de Waterwet). In de gemeente Haarlemmermeer is dit het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Hergebruik van bagger: generiek kader
Anders dan eerdere regelgeving geeft het Besluit bodemkwaliteit meer ruimte om rekening te houden met een ‘gebiedsopgave’. Daarmee wordt bedoeld: ‘voor welke opgave staat het gebied met betrekking tot grond- en baggerverzet?’ In de gemeente Haarlemmermeer is deze gebiedsopgave aanzienlijk. Regelmatig baggeren is noodzakelijk om het watersysteem goed te laten functioneren. Deze onderhoudsinspanning levert een jaarlijks terugkerend baggerverzet op, dat bij voorkeur een nuttige bestemming krijgt binnen het gebied.
Het Besluit bodemkwaliteit stelt als voorwaarde dat de baggerspecie het herstellen of verbeteren van het aangrenzende perceel tot doel heeft en de initiatiefnemer moet die nuttige toepassing kunnen verantwoorden. Baggerspecie (ook wel aangeduid als slib) kan worden beschouwd als een waardevolle grondstof. Het opbrengen van bagger op één perceel, met als doel het perceel op te hogen, wordt gezien als doelmatig (nuttige toepassing). Het is wenselijk zoveel mogelijk gebiedseigen bagger toe te passen.
Als bagger wordt gebruikt bij de aanleg van nieuwe kades of het creëren van nieuwe landbodem, is geen sprake van ‘verspreiden’ en gelden de algemene regels van het Besluit bodemkwaliteit.
Volgens het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit mag bagger verspreid worden over aangrenzende percelen en in weilanddepots op aan de watergang grenzende percelen. Voorwaarde is dat de kwaliteit van de baggerspecie eerst wordt vastgesteld. Hiervoor geldt een specifieke toetsing, gebaseerd op de zogeheten msPAF-toets, die rekening houdt met milieueffecten van meerdere stoffen tegelijk. Zie voor de normen tabel 1, Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, [Lit.2]. Volgens de toets mag de bagger pas worden verspreid als de uitkomst ‘verspreidbaar’ luidt, of dat de bagger dermate onverdacht is dat een onderzoek niet noodzakelijk is. Het is tevens toegestaan bagger toe te passen als zijnde ‘grond’ (met bijbehorend toetsingskader).
Een weilanddepot wordt gezien als een vorm van tijdelijke opslag van baggerspecie ter ontwatering en rijping op een perceel grenzend aan de watergang waaruit de specie komt. Na rijping kan het materiaal, afhankelijk van de kwaliteit en functie, in aanmerking komen voor toepassing als verspreidbare bagger op het betreffende perceel of als nuttige en functionele toepassing elders.
Verschil tussen ‘verspreiden’ en ‘toepassen’ van baggerspecie
Voor het verwerken van toepasbare baggerspecie biedt het Besluit bodemkwaliteit twee toetsingskaders:
Verspreiden:
In oppervlaktewater;
Over het aan de watergang grenzende perceel (op de kant of in een weilanddepot). Hierbij is er sprake van acceptatieplicht op basis van msPAF-toets, er hoeft niet aan de kwaliteit van de ontvangende bodem te worden getoetst en er is geen gebiedsspecifiek beleid mogelijk.
Toepassen:
Als Grootschalige Bodem Toepassing (GBT);
In oppervlaktewater;
Op landbodem; generiek (dubbele toets), gebiedsspecifiek (lokale norm) of middels de BKK.
Uniform baggerbeleid is het uitgangspunt in het gehele beheergebied (Haarlemmermeer, Amstelland en Meerlanden en Amsterdam). Dit beleid luidt als volgt:
Verspreiden op aangrenzende percelen (op de kant) en in weilanddepots
Het beleid voor het verspreiden van bagger op landbodem heeft twee uitgangspunten:
In principe dient het aan de plaats van baggerhandeling direct aangrenzende perceel de bagger te ontvangen (aansluiting op de wettelijke ontvangstplicht na uitvoeren van de msPAF-toets);
Verslechtering van de kwaliteit van de ontvangende bodem (ingedeeld in een bodemkwaliteitsklasse conform het Besluit bodemkwaliteit) moet voorkomen, dan wel zoveel mogelijk beperkt worden.
Begrip ‘aangrenzend perceel’ en ‘watergang’
Het landelijke Besluit bodemkwaliteit is bewust minder sturend en kaderstellend opgesteld, om ruimte maken voor decentralisatie van beleid en regelgeving. Gemeenten en waterschappen kunnen regels voor bagger-activiteiten zo beter toesnijden op het eigen beheergebied. In het Besluit bodemkwaliteit worden de begrippen ‘aangrenzend perceel’ en ‘watergang’ bijvoorbeeld alleen summier toegelicht, zonder een maximale afstand te noemen.
De gemeente Haarlemmermeer maakt deze begrippen als volgt concreet:
Aangrenzend perceel: Perceel met minimaal één zijde grenzend aan een watergang waar zich de baggerhandeling voordoet (met toepassing van art 60, lid 2 Besluit bodemkwaliteit). Percelen die door een weg, pad, smalle grondstrook of ander werk van de watergang zijn gescheiden, worden toch als ‘aan de watergang grenzend’ beschouwd;
Watergang: Een fysiek afgebakende watergang (met dammen, stuwen, gemalen enzovoort), dan wel uitmondend in een ander type watergang (vaart, boezem, wetering, kanalen, plassen enzovoort). Een bij elkaar horend stelsel van gelijke watergangen, direct grenzend aan de baggerlocatie, wordt ook als ‘aangrenzende watergang’ beschouwd, zoals een stelsel van sloten binnen hetzelfde peilgebied.
0-1 kilometer vanaf de baggerhandeling: eisen aan het verspreiden van baggerspecie
Bij het verspreiden van bagger op de kant, en het inrichten van een weilanddepot, op het direct aangrenzende perceel geldt de wettelijke ontvangstplicht;
Daarbuiten (maar nog wel grenzend aan de watergang) geldt een overgangszone van hemelsbreed 1 km vanaf de feitelijke plaats van baggerhandeling, gemeten vanaf het uiteinde van het baggertracé. In die overgangszone geldt geen wettelijke ontvangstplicht, maar kan bagger wel worden verspreid. Er hoeft niet getoetst te worden op de kwaliteit van de ontvangende bodem.
1-5 kilometer vanaf de baggerhandeling: gebiedsspecifiek beleid voor het toepassen van baggerspecie
Bagger mag ook worden toegepast, op de kant of in een weilanddepot, op elders aan de watergang grenzende percelen, waarbij bagger direct grenzend aan dat perceel dezelfde of een lagere bodemkwaliteitsklasse heeft (Industrie/Wonen/Achtergrondwaarde). Er moet echter sprake zijn van ‘verspreidbare bagger’ (msPAF-toets), de ontvangende bodem mag niet verslechteren en er geldt geen ontvangstplicht. Er hoeft dus niet op functie getoetst te worden, echter wel op de kwaliteit van de ontvangende bodem);
Om transport en verspreiding van bagger in een te groot gebied te voorkomen, wordt binnen de regio een uiterste grens van 5 kilometer vanaf de baggerlocatie gehanteerd, zelfs als er nog steeds sprake is van ‘een aan de watergang grenzend perceel of tijdelijk weilanddepot’. De meting geldt hemelsbreed van de feitelijke plaats van baggerhandeling, gemeten vanaf het uiteinde van het baggertracé.
Weilanddepots: gebiedsspecifieke eisen
Voor weilanddepots worden drie aanvullende eisen gehanteerd:
De vulhoogte met natte bagger bedraagt maximaal 1,00 meter. Diepere depots hebben risico’s en nadelen (verzakking, lange rijpingstijd enzovoort);
Een weilanddepot mag na indrogen niet opnieuw worden gevuld;
Een weilanddepot mag binnen vijf jaar niet op dezelfde plaats worden aangelegd. Dit om het risico op accumulatie van verontreiniging op één plaats te voorkomen.
Toepassen (gerijpte) baggerspecie op landbodem
Gerijpte baggerspecie wordt in de gemeente beschouwd als grond, waarvoor de regels van het Besluit bodemkwaliteit gelden. Hergebruik van gerijpte baggerspecie binnen Haarlemmermeer is dan ook onderhevig aan hetzelfde beleid als voor de toepassing van grond. Van gerijpte baggerspecie moet echter eerst de kwaliteit worden bepaald. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan het vooronderzoek (puntbronnencheck) en aspecten zoals overstorten en asbestbeschoeiingen op de plaats van herkomst. Dit om te voorkomen dat verschillende kwaliteiten gerijpte baggerspecie worden gemengd.
De gemeente Haarlemmermeer streeft ernaar om de eigen baggerspecie zo veel mogelijk binnen de gemeente toe te passen, bij voorkeur in het gebied waar de ontgraving heeft plaatsgevonden. Dit om extra milieubelasting door transport te voorkomen. Het is echter denkbaar dat het vrijkomen en weer toepassen van baggerspecie qua tijdsbestek niet direct op elkaar aansluit. Is directe toepassing niet mogelijk, dan wordt de eerste voorkeur gegeven aan tijdelijke opslag op een depot binnen het werk, als tweede voorkeur opslag op een doorgangsdepot binnen het gebied en als laatste voorkeur opslag elders. Niet toepasbare baggerspecie moet, met de vereiste transportdocumenten, naar een erkende afvalverwerker worden afgevoerd.
Voor de toepassing van baggerspecie in de gehele gemeente Haarlemmermeer wordt, aanvullend op het Besluit, een beperking gesteld aan bodemvreemd materiaal en materiaal dat op zichzelf beschouwd niet in aanmerking zou komen als bouwstof. Toe te passen baggerspecie mag in totaal niet meer dan 5 gewichtsprocenten bodemvreemd materiaal bevatten (bakstenen, puin, hout, etc) en slechts sporadisch ander materiaal dan steenachtige materialen of hout, zoals plastics of piepschuim.
Gebiedsspecifiek beleid tijdelijke opslag bagger afkomstig uit stedelijk gebied
Een groot deel van de baggerwerkzaamheden in de gemeente Haarlemmermeer wordt uitgevoerd door het Hoogheemraadschap van Rijnland.
In het landelijk gebied kan de bagger meestal meteen op de kant worden gebracht, in het stedelijk gebied kan dit niet altijd. Binnenstedelijk bagger wordt opgeslagen op landbouwpercelen dichtbij de plek van vrijkomen, maar niet persé aangrenzend aan de watergang waaruit het slib afkomstig is.
Wanneer geen sprake is van verspreiden van bagger over aangrenzende percelen moet het toetsingskader voor het toepassen op landbodem worden gehanteerd. De kwaliteit van de baggerspecie moet voorafgaand aan het toepassen worden onderzocht. Vrijkomende bagger in Haarlemmermeer heeft vaak kwaliteit Wonen of Industrie en voldoet hiermee regelmatig niet aan de toepassingseis voor toepassen op landbouwpercelen (hier is kwaliteit Achtergrondwaarde vereist). De bepalende parameter voor deze kwaliteit is PAK.
Omdat uit partijkeuringen is gebleken dat deze stedelijke bagger na verloop van tijd (door afbraak onder invloed van bacteriën) de kwaliteit Achtergrondwaarde bezit, mag deze bagger tijdelijk worden opgeslagen op een landbouwperceel onder de volgende voorwaarden:
Bagger heeft kwaliteit Wonen of Industrie op basis van PAK en/of minerale olie (mochten er andere kritische stoffen aan de orde zijn dient hier overeenkomstig daartoe geldende regelgeving en beleid gehandeld te worden, hierbij geldt het toetsingskader voor toepassen op landbodem met daarbij behorende regelgeving volgens het Besluit bodemkwaliteit);
Verkennend onderzoek (0-situatie) van de toplaag waarop de bagger circa 1 jaar wordt opgeslagen om te rijpen;
Realiseren van het depot voor het stedelijke baggerwerk (niet een algemeen depot dus), per aangetoonde kwaliteit één apart tijdelijk depot creëren (mengen van partijen met verschillende kwaliteit is niet toegestaan);
Na rijpen uitkeuren van de gerijpte bagger via AP-04 partijkeuringen (aantal op basis van het volume);
Afvoeren (van de vermoedelijke schone (AW-kwaliteit) bagger/grond) naar een hergebruiklocatie (geschikt conform het Besluit bodemkwaliteit) of uitrijden over landbouwperceel (als nuttige toepassing/ophoging) ter plaatse;
Indien blijkt dat de bagger na rijping van circa een jaar geen Achtergrondwaarde-kwaliteit heeft: afvoeren van de grond naar een geschikte hergebruiklocatie) of erkende verwerker;
Opheffen van het tijdelijke depot en uitvoeren eindsituatiekeuring ontvangende bodem (indien de eindkwaliteit van de gerijpte bagger niet voldoet aan de Achtergrondwaarde);
Indien de ontvangende bodem verontreinigd is geraakt moet deze verontreiniging in het kader van de zorgplicht geheel worden verwijderd tot het niveau van de kwaliteit van de ontvangende bodem voordat de toepassing plaatsvond;
Kortsluiten van resultaten met de ODNZKG.
Dit gebiedsspecifieke baggertoepassingsbeleid geldt alleen binnen de gemeentegrenzen van Haarlemmermeer.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.8
Toepassen van baggerspecie op de landbodem
Onderdeel van Nota Bodembeheer Gemeente Haarlemmermeer 2022