**1..** Indien het minimum aandeel sociale woningen, conform artikel 3, eerste lid, niet wordt gerealiseerd, dient door de betrokken ontwikkelende partij een afdracht ten behoeve van de Bestemmingsreserve te worden gedaan, tenzij een afwijking is toegekend op grond van artikel 3, derde lid.
**2..** Het bedrag van de afdracht als bedoeld in het eerste lid, wordt als volgt bepaald:
Bij een bouwplan of bouwinitiatief waarbij minder dan het vereiste minimum aandeel sociale woningen wordt gerealiseerd, dient de ontwikkelende partij ingeval van middeldure woningen een bedrag van € 30.000,- (prijspeil 2022) en bij dure woningen een bedrag van € 75.000,- (prijspeil 2022), per niet gerealiseerde woning in de Bestemmingsreserve te storten. Voor de berekening van het bedrag wordt, bij een restgetal achter de komma, alles beneden de 0,5 afgerond naar beneden en alles van 0,5 en hoger afgerond naar boven op een heel getal.
**3..** Het jaar waarin de anterieure of posterieure overeenkomst tot afdracht ten behoeve van de Bestemmingsreserve wordt ondertekend, geldt als datum voor de vaststelling van de hoogte van het bedrag van de afdracht.
Hoofdstuk 3
Artikel 4.
Hoogte van de afdracht bij het niet realiseren van het verplichte percentage sociaal
Onderdeel van Verordening bestemmingsreserve ter bevordering van sociale woningbouw Huizen