Naar hoofdinhoud
1.. De arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning wordt door het college ingetrokken: indien geen gebruik wordt gemaakt van de arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning binnen 2 jaar nadat de arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning onherroepelijk is geworden; indien de vergunninghouder dit verzoekt en de bescherming van de belangen als bedoeld in artikel 6 tweede lid zich daartegen niet verzet; indien de vergunninghouder na aanvang van de huisvesting niet staat ingeschreven in het reguliere register SNF of niet voldoet aan de op het moment dat de huisvesting aanving meest recente SNF-normen. 2.. De termijn als bedoeld in het eerste lid onder a kan door het college worden verlengd. 3.. De arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning kan door het college worden ingetrokken of gewijzigd: indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning is vereist; indien de aan de arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; als het gebied waarin de huisvestingsvoorziening is gelegen door de wijze van huisvesting nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; als de beheerder of enig ander bij de vergunninghouder werkzaam persoon betrokken bij de huisvestingsvoorziening in enig opzicht van slecht levensgedrag is; als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke huisvesting niet in overeenstemming is met het in de arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning vermelde; als concrete aanwijzingen bestaan dat het bedrijf van vergunninghouder of personen die bij vergunninghouder werkzaam zijn in strijd handelen of zullen handelen met wettelijke voorschriften, waaronder het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; als de vergunninghouder of enig ander bij de vergunninghouder werkzaam persoon die is betrokken bij de huisvestingsvoorziening strafbare feiten pleegt dan wel ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten strafbare feiten in of vanuit het bedrijf toe te staan of te gedogen dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd; als de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; als de huisvesting door de vergunninghouder is beëindigd; als de huisvestingsvoorziening of de onderneming van de vergunninghouder overgaat op een derde partij, bijvoorbeeld door middel van een aandelentransactie of een activa passiva transactie; als de vergunninghouder gedurende de periode als bedoeld in artikel 2 zesde lid op enig moment niet beschikt over een omgevingsvergunning, of een andere ontheffing of vergunning die vereist is voor de huisvestingsvoorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel