**1..** Het college is bevoegd respectievelijk verplicht een arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning in te trekken in de gevallen als bedoeld in artikel 9 van de verordening.
**2..** Het college kan de termijn als bedoeld in artikel 9 eerste lid sub a van de verordening verlengen. Het college kan in ieder geval gebruikmaken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 9 tweede lid van de verordening, indien:
andere publiekrechtelijke vergunningen, ontheffingen of toestemmingen vereist zijn voor de feitelijke ingebruikname van de huisvestingsvoorziening en die publiekrechtelijke vergunningen, ontheffingen of toestemmingen niet onherroepelijk zijn; of
andere zwaarwegende belangen daartoe aanleiding geven.
**3..** Het college betrekt bij de toepassing van de intrekkingsbevoegdheden als bedoeld in artikel 9 derde lid van de verordening de aard, de frequentie en de ernst van de grond voor de intrekkingsbevoegdheid.
**4..** Het college kan een arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning intrekken, indien sprake is van slecht levensgedrag als bedoeld in artikel 9 derde lid sub f van de verordening. Bij de beoordeling of sprake is van slecht levensgedrag wordt in ieder geval in aanmerking genomen of:
een vergunninghouder of een bij de vergunninghouder werkzaam persoon of werkzame personen veroordeeld is of zijn voor een strafbaar feit;
uit concrete feiten en omstandigheden volgt dat de frequentie, de aard en de ernst van gedragingen de vrees rechtvaardigen dat de vergunninghouder of een bij de vergunninghouder werkzaam persoon of werkzame personen een bedreiging vormt of vormen voor de bescherming van de belangen als bedoeld in artikel 6 tweede lid van de verordening.
**5..** Bij de beoordeling of sprake is van slecht levensgedrag als bedoeld in artikel 9 derde lid sub f van de verordening kan ook rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet als ernstig kunnen worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een gedragspatroon opleveren dat van slecht levensgedrag getuigt.
**6..** Het college kan een arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning intrekken in het geval van overgang van de huisvestingsvoorziening of van de onderneming van de vergunninghouder op een derde partij, bijvoorbeeld door middel van een aandelentransactie of een activa passiva transactie als bedoeld in artikel 9 derde lid sub l van de verordening. In dat geval kan het college de arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning intrekken, indien naar het oordeel van het college:
de derde partij van slecht levensgedrag is als bedoeld in artikel 9 derde lid sub f van de verordening en als bedoeld in het vierde lid;
personen werkzaam bij de derde partij van slecht levensgedrag zijn als bedoeld in artikel 9 derde lid sub f van de verordening en als bedoeld in het vierde lid;
de belangen als bedoeld in artikel 6 tweede lid van de verordening niet meer of onvoldoende beschermd kunnen worden; of
een ernstig gevaar bestaat als bedoeld in artikel 3 eerste lid sub a of b van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.