Naar hoofdinhoud
1.. Het college weigert een arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning, indien één of meerdere van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 6 eerste lid van de verordening van toepassing zijn. 2.. Het college weigert een arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning indien: de aanvraag niet voldoet aan artikel 2; de aanvraag ziet op een huisvestingsvoorziening voor de huisvesting van meer of minder personen dan bedoeld in artikel 2 tweede lid; de aanvraag is ingediend buiten de aanvraagperiode als bedoeld in artikel 4 eerste lid; de aanvraag niet voldoet aan artikel 5. 3.. Het college weigert een arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning indien een ernstig gevaar bestaat als bedoeld in artikel 3 eerste lid sub a of b van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4.. Het college weigert een arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning indien een aanvrager minder dan 25% van het maximaal aantal te behalen punten krijgt toegekend bij één of meerdere van de subcriteria als bedoeld in artikel 4 vierde lid. 5.. Het college weigert een arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning indien de voorziene huisvestingsvoorziening zoals beschreven in de desbetreffende aanvraag niet voldoet aan de verplichtingen gesteld aan de huisvestingsvoorziening als bedoeld in artikelen 10, 11, 12 en 13. 6.. Het college weigert een arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning indien een aanvrager op het moment van indiening van de aanvraag niet staat ingeschreven in het reguliere register SNF. 7.. Het college kan een arbeidsmigrantenhuisvestingsvergunning weigeren indien de aanvrager naar het oordeel van het college onvoldoende heeft aangetoond dat hij over de grond kan beschikken waar de huisvestingsvoorziening is voorzien op het moment dat de voorziene huisvestingsvoorziening wordt gebouwd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel