Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Indeling in een urgentiecategorie

Onderdeel van Urgentieverordening Hollands Kroon 2022

In de Huisvestingswet is bepaald dat de gemeenteraad in een verordening regels stelt over de wijze waarop woningzoekenden kunnen verzoeken om indeling in een urgentiecategorie. In het eerste lid wordt artikel 10, tweede lid, van de wet als vereiste gesteld voor de indeling in een urgentiecategorie. In artikel 10, tweede lid, van de wet is bepaald dat voor een urgentiebesluit slechts in aanmerking komen woningzoekenden die de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld, of vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000. Woningzoekenden kunnen een verzoek indienen voor één urgentiecategorie. Indien uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager alleen voor een andere categorie in aanmerking komt neemt de urgentiecommissie de aanvraag voor de categorie in behandeling waarvoor de aanvrager in aanmerking komt. De motivering, bedoeld in het zevende lid, onderdeel c, kan bijvoorbeeld omvatten: de aard van de persoonlijke problematiek, de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie en de argumentatie op grond waarvan verhuizing op korte termijn absoluut noodzakelijk is. Voor een advies als bedoeld in het zevende lid onder d, kunnen burgemeester en wethouders bijvoorbeeld bij een verzoek om een medische indicatie een medisch adviseur aanwijzen. Voor het indienen van een aanvraag wordt, naast het gestelde in deze verordening, verwezen naar de bijbehorende beleidsregels (Beleidsregels urgentieverordening Hollands Kroon 2022). Hierin zijn algemene uitsluitingsgronden en toelichtingen/uitsluitingen per urgentiecategorie te vinden. In het vierde lid zijn de criteria vastgelegd volgens welke de urgent woningzoekenden worden ingedeeld in urgentiecategorieën: • vierde lid onder a: personen die in blijf-van-mijn-lijfhuizen of in instellingen voor woonbegeleiding verblijven; • vierde lid onder b: woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen behoren in ieder geval tot de urgente woningzoekenden (artikel 12, derde lid, van de wet). Deze groepen zijn door de wet bepaald en kunnen dus niet van indeling in een urgentiecategorie worden uitgesloten. • vierde lid onder c: vergunninghouders als urgentiecategorie in dit artikel wordt aan de wettelijke verplichting van artikel 12, vierde lid, van de wet voldaan. Daarnaast heeft de gemeenteraad de volgende categorieën toegevoegd: • vierde lid onder d: woningzoekenden die in een acute noodsituatie verkeren; • vierde lid onder e: woningzoekenden die op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte nodig hebben; • vierde lid onder f: gedetineerden, in het kader van convenant van NH betreffende nazorg; • vierde lid onder g: woningzoekenden die vanuit een instelling terugkeren in de maatschappij, zoals vanuit Beschermd Wonen; Voor de toelichting van de door de gemeenteraad toegevoegde categorieën, wordt verwezen naar de beleidsregels ‘Beleidsregels urgentieverordening Hollands Kroon 2022’. Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht wordt de indeling in een urgentiecategorie bij beschikking vastgelegd (zie het achtste lid). Tegen een beschikking staat bezwaar en beroep open. In artikel 18 van de wet zijn intrekkingsgronden voor de huisvestingvergunning opgenomen. Zo kan de vergunning worden ingetrokken als de vergunninghouder de in die vergunning vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening gestelde termijn in gebruik heeft genomen (zie ook het achtste lid, onderdeel f) of als de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of moest vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren. Deze intrekkingsgronden gelden rechtstreeks op grond van de wet en zijn in de verordening niet herhaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel