Zoals vermeld in het vorige hoofdstuk gaan we initiatieven beoordelen aan de hand van een aantal vragen. In dit hoofdstuk worden de vragen benoemd en wordt er een toelichting gegeven op de diverse vragen. Alleen als alle onderstaande vragen met ‘ja’ kunnen worden beantwoord kan het verzoek verder in behandeling worden genomen. Het verzoek wordt dan getoetst aan de toetsingscriteria behorende bij een planologische procedure.
Vragen:
Inbreidingslocatie:
Betreft het een inbreidingslocatie?
Kwalitatieve woningbehoefte:
Voldoen de woningen aan de kwalitatieve woningbehoefte (qua type, prijsklasse en qua doelgroep) zoals deze blijkt uit de op 10-2-2020 vastgestelde Woonvisie?
Knelpunt gemeente:
Lost het initiatief naast de invulling van de woningbehoefte ook nog een ander groot knelpunt binnen de gemeente op?
Ruimtelijke kwaliteit:
Heeft het plan voldoende ruimtelijke kwaliteit? Past het plan naar aard en schaal op de betreffende plek?
Toelichting
Inbreidingslocatie:
Dit afwegingskader is alleen van toepassing op inbreidingslocaties. In de woonvisie is opgenomen dat er geen nieuwe uitbreidingslocaties zullen worden ontwikkeld. Toevoeging van burgerwoningen in het buitengebied zijn op basis van de Verordening Ruimte van de provincie niet toegestaan tenzij het gaat om Ruimte voor Ruimte woningen of als het gaat om een splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorische bebouwing als dit is gericht op het behoud of herstel van deze bebouwing. Ook in het bestemmingsplan Buitengebied zijn er hiervoor voorwaarden opgenomen.
Definitie inbreidingslocatie: Een locatie binnen bestaand stedelijk gebied zoals dat is vastgelegd op de themakaart stedelijke ontwikkeling van de Verordening ruimte provincie Noord-Brabant.
Kwalitatieve woningbehoefte
Onze huidige harde plancapaciteit bedraagt inclusief de Kloostervelden in Sterksel circa 630 woningen.
Volgens de provinciale prognosecijfers uit 2017 zou de behoefte in onze gemeente ongeveer 300 woningen in 10 jaar zijn waardoor onze huidige plancapaciteit dus kwantitatief ruim voldoende lijkt om aan de vraag te voldoen. Deze prognosecijfers zullen echter medio 2020 worden herzien en zullen naar verwachting naar boven worden bijgesteld.
Dit betekent dat, ook al worden de prognosecijfers naar boven bijgesteld, het toch van belang is om kritisch te blijven kijken naar nieuwe woningbouwinitiatieven en ervoor te zorgen dat de toe te voegen woningen kwalitatief (qua type, prijsklasse en qua doelgroep) iets toevoegen aan de bestaande plancapaciteit en dat ze niet met elkaar concurreren. Woningtypes waar er al voldoende van kunnen worden gebouwd in de bestaande harde plancapaciteit voldoen hier dus niet aan. Wat dit dan wel voor woningtypes zouden moeten zijn en voor welke doelgroepen is uitgewerkt in de op 14 februari 2020 vastgestelde Woonvisie.
Knelpunt gemeente
Het plan moet naast de invulling van de woningbehoefte een groot knelpunt in een kern oplossen.
Aanknopingspunten hiervoor zijn:
de transitieopgave waar de gemeente Heeze-Leende net als andere Brabantse gemeenten voor staat van leegstand en vrijkomend vastgoed: winkels, sociaal-maatschappelijk vastgoed, religieus vastgoed, bedrijven en vrijkomend zorgvastgoed. Vanuit het behoud van kwaliteit en vitaliteit van centra en kernen, wil de gemeente Heeze-Leende medewerking verlenen aan transformaties van bestaand vastgoed buiten de centra maar binnen de kernen. (Zie voor de begrenzing van de centra de zwart gearceerde gebieden in onderstaande kaartjes). Op deze manier stimuleert de gemeente ondernemers om zich in het centrum te vestigen en schrapt de gemeente ongewenste functies buiten het centrum.
Het opheffen of verplaatsen van hinderlijke bedrijvigheid.
Centrum Sterksel
Centrum Leende
Centrum Heeze
Ruimtelijke kwaliteit
Uiteraard moet het plan stedenbouwkundig passen op de betreffende plek. Voorop staat dat er sprake moet zijn en blijven van een hoogwaardig woon- en leefklimaat. Verregaande verdichting en het creëren van ‘achterafgebiedjes’ is niet wenselijk. Het plan moet van beperkte omvang zijn en qua aard en schaal passen in de omgeving. Invulling van een open plek is alleen mogelijk als er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.