Met de eigenaar of houder van een motorvoertuig (hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990) wordt gelijkgesteld degene die op grond van een huurovereenkomst of een leasecontract kan aantonen dat hij het exclusieve gebruik heeft van dat motorvoertuig, met dien verstande dat een dergelijke overeenkomst nog ten minste drie maanden geldig is.
De parkeerontheffing wordt verleend voor de duur van de overeenkomst, maar niet langer dan voor één jaar.
Indien de overeenkomst afloopt binnen een jaar nadat de parkeerontheffing is verleend en een nieuwe overeenkomst wordt aangegaan wordt de duur van de parkeerontheffing op aanvraag gewijzigd tot ten hoogste één jaar te rekenen vanaf de datum van verlening van de parkeerontheffing. Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2