Burgemeester en wethouders kunnen een ontheffing intrekken:
Op verzoek van de houder van de parkeerontheffing;
Wanneer de houder van de parkeerontheffing uit het gebied waarvoor de ontheffing is verleend als bewoner verhuist, het daar uitgeoefende beroep of onderneming beëindigt of de werkzaamheden bij het beroep of de onderneming beëindigt;
Wanneer het gebied waarbinnen de ontheffing geldt wordt gewijzigd;
Wanneer de houder van de parkeerontheffing handelt in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorwaarden;
Wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;
Om redenen van openbaar belang.
Een besluit tot het intrekken van een ontheffing wordt schriftelijk en met redenen omkleed aan de houder van de parkeerontheffing meegedeeld.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.3