Naar hoofdinhoud
Het geldende planologische regime (bestemmingsplan, kruimelgevallenbeleid), het Bouwbesluit en deze beleidsregel (welke na vaststelling onderdeel zal worden van het kruimelgevallenbeleid) zijn de wettelijke kaders ter bepaling van ruimtelijke kwaliteit en inpasbaarheid en bouw- en leefkwaliteit. De brandweer zal hierbij toetsen aan de brandveiligheidseisen die in het Bouwbesluit 2012 zijn opgenomen t.a.v. logiesfuncties. De praktijk leert dat in het geval van kleine logiesverblijven zonder 24-uurs beveiliging, waarbij een rechtstreekse doormelding naar de RAC verplicht is gesteld, al snel een te hoog aantal ongewenste en onechte brandmeldingen zal worden bereikt. Dit is een onwenselijke situatie, gelet op de doelstelling van de brandweer om deze vormen van meldingen juist sterk terug te dringen. Door technische ontwikkelingen en nieuw (landelijk) beleid, gaat de brandweer automatische- en handbrandmeldingen afkomstig van brandmeldinstallaties op een andere manier beoordelen. Alleen bij geverifieerde brandmeldingen zal de brandweer direct eenheden alarmeren. Bij de toetsing van aanvragen die zien op deze beleidsregel, zal de brandweer daarom nadrukkelijk de kwaliteit van de toe te passen brandveiligheidsinstallatie meewegen in haar advies, waarbij het uitgangspunt is dat de prestatie-eis ten aanzien van ongewenste en onechte brandmeldingen niet overschreden mag worden. Dit houdt in dat dat de toe te passen brandveiligheidsinstallatie is voorzien van bepaalde technische verificatiemogelijkheden die bijdragen aan het doel om ongewenste en onechte brandmeldingen te voorkomen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het toepassen van twee-melder afhankelijke of twee-groepsafhankelijke installaties, of multi-criteria melders in combinatie met softwarematige verificatie. Voor zeer kleinschalige logiesverblijven, kan ter nadere beoordeling van het bevoegd gezag, door middel van een gelijkwaardigheidsvoorstel (Bouwbesluit 2012 artikel 1.3) afgeweken worden van Bouwbesluit 2012 artikel 6.20 lid 1, 2, 3 en 6. Het is aan de initiatiefnemer om deze gelijkwaardigheid aannemelijk te maken. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning kan het onder meer gaan om de volgende aspecten/deelvergunningen: activiteiten milieu, provinciale ontheffing van de verordening, activiteit slopen, kappen en/of bouwen, afwijking bestemmingsplan, hogere grenswaardenprocedure geluid e.d. Aanvragen zijn voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing/motivatie, waarbij (indien nodig) tevens is voorzien in onderzoeksrapporten. Dit kan gaan om verkeers- en akoestisch onderzoek of andere relevante (milieu)onderzoeken. Een aanvraag legt de gemeente indien nodig voor aan de welstandscommissie en aan de monumentencommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel