De ontvanger verleent de belastingschuldige uitstel van betaling voor een periode van ten hoogste:
twaalf maanden, te rekenen vanaf de dagtekening van de (oudste) aanslag;
acht maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de ontvanger de betalingsregeling bij beschikking toestaat, in het geval er nog geen (kosteloze) herinnering en-of aanmaning verzonden is;
vijf maanden, te rekenen vanaf de dagtekening van de (kosteloze) herinnering;
drie maanden, te rekenen vanaf de dagtekening van de aanmaning.
Slechts als er volgens de ontvanger bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn gunnen dan de in artikel 25.5.1 van deze leidraad genoemde perioden.
Artikel 25 › Paragraaf 25.5
Artikel 25.5.1
Duur betalingsregeling particulieren
Onderdeel van Leidraad Invordering Gemeentelijke Belastingen