Als het verzoek om kwijtschelding wordt gedaan voor belastingschulden die zijn ontstaan voor de aanvang van de huwelijkse periode, dan wel de gezamenlijke huishouding in de zin van artikel 3 Pw (zie artikel 26.2.10 van deze leidraad), worden de woonlasten in aanmerking genomen tot ten hoogste 50% van het bedrag dat de uitkomst is van de berekening op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de regeling.
Artikel 26 › Paragraaf 26.2
Artikel 26.2.15
Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijkse belastingschulden
Onderdeel van Leidraad Invordering Gemeentelijke Belastingen