Door de gemeenteraad is besloten om, op grond van artikel 28, lid 1, onderdeel b van de regeling, kwijtschelding voor die belastingen die geen verband houden met de uitoefening van het beroep (de zogenaamde privé-belastingen) voor ondernemers mogelijk te maken op grond van dezelfde voorwaarden als die voor particulieren gelden. Dit houdt in dat voor deze belastingen op grond van de berekening van de betalingscapaciteit en het bepalen van het vermogen, conform de bepalingen van de afdelingen 1, 2 en 5 van de regeling, een besluit over het verlenen van kwijtschelding wordt genomen.
Ten aanzien van het bepalen van het inkomen wordt aangesloten bij de wijze waarop door de gemeente toepassing gegeven wordt aan artikel 6 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
Ten aanzien van het bepalen van het vermogen wordt aangesloten bij de wijze waarop door de gemeente toepassing gegeven wordt aan de artikelen 7 tot en met 9 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, met uitzondering van de bepaling in artikel 7 ten aanzien van vermogen gebonden in de door de zelfstandige of zijn gezin in eigendom bewoonde woning met bijbehorend erf. Vermogen gebonden in de in eigendom bewoonde woning met bijbehorend erf wordt – op dezelfde wijze als dit voor particulieren geldt – aangemerkt als vermogen zoals gedefinieerd in artikel 12 van de regeling.
Artikel 26 › Paragraaf 26.3
Artikel 26.3.0
Kwijtschelding van belastingen voor ondernemers die geen verband houden met de uitoefening van dat bedrijf of beroep
Onderdeel van Leidraad Invordering Gemeentelijke Belastingen