Het college biedt aan personen die behoren tot de doelgroep van artikel 7 eerste lid onder a PW of aan personen die een uitkering ontvangen van het UWV de voorziening beschut werk aan, indien door het UWV beoordeeld is, dat de belanghebbende uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
De datum van het (positief) advies van het UWV is bepalend voor de volgorde van het aanbod van de voorziening beschut werk.
Het aantal jaarlijks te realiseren dienstbetrekkingen wordt vastgesteld op het aantal waarvoor de gemeente middelen ontvangt van het rijk.
Wanneer het aantal (positieve) adviezen van het UWV het in enig jaar te realiseren aantal dienstbetrekkingen overtreft, kan het college in overleg met betrokkene(n) een andere voorziening uit deze verordening inzetten tot het moment dat de dienstbetrekking aanvangt.
Het college wijst een organisatie aan die optreedt als werkgever van de personen in beschut werk.
Om beschut werk mogelijk te maken en te laten voortduren, zet het college waar nodig de volgende voorzieningen in:
a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving;
b. uitsplitsing van taken; of
c. aanpassingen in de werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.
Artikel 2.20
Participatievoorziening beschut werk
Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Epe 2022