Naar hoofdinhoud

Artikel 3.4

Gedragingen op grond van de PW

Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Epe 2022

Gedragingen van belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikel 9, 9a, 17 tweede lid, 18 en 55 van de PW niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV of het niet tijdig laten verlengen van de registratie. Tweede categorie: het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17 tweede lid van de Participatiewet; Het in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot inschakeling in de arbeid, dan wel een onderzoek naar de geschiktheid van scholing of opleiding; Het onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van de geboden re-integratie instrumenten, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige maatschappelijke participatie, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de re-integratievoorziening of het uit Rijks kas bekostigd onderwijs. Derde categorie: Gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren; Het niet of in onvoldoende mate meewerken aan het opstellen en evalueren van een plan van aanpak; Het niet naar vermogen verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie. Het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen gericht op arbeidsinschakeling niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder; Het onvoldoende nakomen van een nadere verplichting gericht op arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 55 PW Vierde categorie: Het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 eerste lid of 55 van de Participatiewet, gedurende de zoektijd, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18 vierde lid van de Participatiewet; Het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet; Vijfde categorie (geüniformeerde verplichtingen van artikel 18, vierde lid PW): Het niet aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; Geen uitvoering geven aan de door het college opgelegde verplichting om ingeschreven te staan bij één of meerdere uitzendbureaus; Niet naar vermogen verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid in een andere dan de gemeente van inwoning, alvorens naar die andere gemeente te verhuizen; Niet bereid zijn om te reizen over een afstand met een totale reisduur van 3 uur per dag, indien dat noodzakelijk is voor het naar vermogen verkrijgen, aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; Niet bereid zijn om te verhuizen, indien het college is gebleken dat er geen andere mogelijkheid is voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, en de belanghebbende een arbeidsovereenkomst met een duur van tenminste een jaar en een netto beloning die ten minste gelijk is aan de voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm, kan aangaan; Het niet behouden van kennis en vaardigheden, noodzakelijk voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; Het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren door kleding, gebrek aan persoonlijke verzorging of gedrag; Geen gebruik maken van door het college aangeboden voorzieningen, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling; Niet meewerken aan een onderzoek naar zijn of haar mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. Zesde categorie: Het zich zeer ernstig misdragen tegen de met de uitvoering van de PW belaste personen en instanties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel