Woningzoekende komen niet in aanmerking voor indeling in een urgentiecategorie bedoeld in artikel 2 van de verordening indien:
1. Woningzoekende niet minimaal 1 jaar ingeschreven staat als inwoner in gemeente Hollands Kroon, tenzij: a. de veiligheid en zorg voor minderjarige kinderen in het geding is; of
b. de woningzoekende direct voorafgaand aan de tijdelijke opvang, detentie of verblijf in een instelling wel minimaal 1 jaar ingeschreven stond als inwoner; of
c. er sprake is van mantelzorg.
2. Woningzoekende niet minimaal 6 maanden staat ingeschreven als woningzoekende in het woonruimte verdeelsysteem in gemeente Hollands Kroon, tenzij: a. de veiligheid en zorg voor minderjarige kinderen in het geding is; of
b. de woningzoekende direct voorafgaand aan de tijdelijke opvang, detentie of verblijf in een instelling wel minimaal 6 maanden ingeschreven als woningzoekende; of
c. er sprake is van een acute noodsituatie.
3. Er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. Van een urgent huisvestingsprobleem is geen sprake als: a. de huidige woning van de woningzoekende in slechte staat verkeert;
b. het huishouden van woningzoekende te klein of te groot behuisd is;
c. de woningzoekende als gevolg van medische klachten niet meer in staat is om de huidige woning of de daarbij behorende tuin zelf te onderhouden;
d. de woningzoekende vanwege zijn werk naar de regio wil of moet verhuizen;
e. de woningzoekende op dit moment bij een ander huishouden inwoont;
f. urgentie wordt aangevraagd in verband met zwangerschap;
g. de woningzoekende gaat scheiden of is gescheiden maar nog met de (ex-)partner in één woning woont;
h. de woningzoekende een conflict heeft met de buren;
i. de woningzoekende overlast ervaart waardoor hij de woning wil verlaten;
j. de woningzoekende financiële problemen heeft.
a. de woningzoekende er niet alles, wat tot zijn mogelijkheden behoort, aan heeft gedaan om het huisvestingsprobleem te voorkomen of op te lossen;
b. de woningzoekende vanaf het moment dat de kans op dreigende dakloosheid voorzienbaar werd, niet aantoonbaar actief en breed heeft gereageerd op passende woonruimten;
c. de woningzoekende vanaf het moment dat de kans op dreigende dakloosheid voorzienbaar werd, een passende woonruimte van een woningcorporatie heeft afgewezen;
d. de woningzoekende, gelet op zijn inkomen of vermogen, de middelen heeft om zelf in een oplossing voor het huisvestingsprobleem te voorzien;
e. de woningzoekende, gelet op de aard en ernst van het huisvestingsprobleem, binnen zes maanden zelf, gelet op zijn inschrijfduur als woningzoekende, geacht wordt een woning te kunnen vinden.
a. bij woninguitzetting wegens huurschuld of overlast, veroorzaakt door één of meerdere leden van het huishouden van woningzoekende;
b. (gedwongen) verkoop van de woning;
c. als woningzoekende, zonder eerst te zorgen voor woonruimte voor hem en zijn huishouden, naar de desbetreffende gemeente is verhuisd;
d. als de woningzoekende gedurende de periode van twee jaar direct voorafgaand aan de aanvraag niet in een zelfstandige en/of volgens het bestemmingsplan voor permanente bewoning geschikte woning gewoond;
e. als sprake is van een tijdelijke huurovereenkomst die afloopt.
4. Woningzoekende het huisvestingsprobleem kon voorkomen of op andere wijze kan oplossen. Hiervan is in ieder geval sprake als:
5. Het huisvestingsprobleem kon worden voorkomen of kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als er een alternatieve oplossing mogelijk is, zoals een traplift.
6. Het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van woningzoekende of een lid van zijn huishouden. Hiervan is in ieder geval sprake:
7. Woningzoekende niet in staat is om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien. Een woningzoekende die niet tenminste in zijn bestaan kan voorzien lost zijn huisvestingsprobleem niet op door verhuizing naar een zelfstandige woonruimte.
8. Woningzoekende heeft de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag niet eerder op basis van dezelfde redenen tot indeling in een urgentiecategorie verzocht.
Artikel 1
Algemene uitsluitingsgronden
Onderdeel van Beleidsregels Urgentieverordening Hollands Kroon 2022