**1..** In geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, 21 en 22 van de Huisvestingswet, kan het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek verrichten indien op grond van:
eigen ambtelijke informatie, en/of
informatie verkregen van het Bureau of wanneer het Bureau een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob en/of
informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of
vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of
overige signalen
Vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.
**2..** Bovendien kan een Bibob-onderzoek plaatsvinden als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau blijkt, dat over de aanvrager van een beschikking als zodanig, of tevens tegelijkertijd als betrokkene bij een (voorgenomen) vastgoedtransactie of betrokkene bij een overheidsopdracht, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Bureau (artikel 11a Wet Bibob). Indien advies is uitgebracht bericht het Bureau over de mate van gevaar zoals dat is opgenomen in het advies.
**3..** Het Bibob-onderzoek kan tevens plaatsvinden als uit gemeentelijke informatie blijkt, dat over een betrokkene bij de aanvraag, in de afgelopen vijf jaar een Bibob-onderzoek heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Vergunningen op grond van de Huisvestingswet
Onderdeel van Beleidsregels “toepassing Wet Bibob” gemeente Renswoude 2022