Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Vastgoedtransacties screening achteraf

Onderdeel van Beleidsregels “toepassing Wet Bibob” gemeente Renswoude 2022

1.. Nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen, kan het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek verrichten, indien in de overeenkomst een Bibob-beëindigingclausule als bedoeld in artikel 5a, sub b van de Wet Bibob is opgenomen én indien op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau of wanneer het Bureau een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of overige signalen Vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. 2.. Bovendien kan een Bibob-onderzoek plaatsvinden als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau blijkt, dat over de betrokkene bij een (voorgenomen) vastgoedtransactie als zodanig, of tevens tegelijkertijd als aanvrager van een beschikking, subsidie of betrokkene bij een overheidsopdracht, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Bureau (artikel 11a Wet Bibob). Indien advies is uitgebracht bericht het Bureau over de mate van gevaar zoals dat is opgenomen in het advies. 3.. Het Bibob-onderzoek kan tevens plaatsvinden als uit gemeentelijke informatie blijkt, dat over de betrokkene bij een vastgoedtransactie, of een financier in de afgelopen vijf jaar een Bibob-onderzoek heeft plaatsgevonden. 4.. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan het bestuursorgaan, nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen, periodiek een Bibob-onderzoek uitvoeren op momenten zoals in de overeenkomst bepaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel