Een woningaanpassing heeft als doel normaal gebruik van de woning mogelijk te maken. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de elementaire woonfuncties mogelijk moeten zijn, zoals slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel en het kunnen verplaatsen in de primaire leefruimtes in de woning. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woning. Er worden in beginsel geen hobby- of studeerruimtes aangepast of bereikbaar gemaakt, omdat het hier geen elementaire woonfuncties betreft. De cliënt is verantwoordelijk voor het aanvragen van minimaal twee offertes voor het aanpassen van de woning/aanbrengen van de gewenste voorziening. Deze moeten voldoen aan het programma van eisen zoals vastgesteld in het onderzoek.
Voor een woningaanpassing is het uitrustingsniveau in de sociale woningbouw het uitgangspunt. Dit niveau is vastgesteld in het Bouwbesluit. Woningaanpassingen die op dat uitrustingsniveau worden verstrekt, zijn in beginsel van voldoende kwaliteit. Duurdere of andere woningaanpassingen hoeven niet te worden verstrekt. Geen maatwerkvoorziening wordt toegekend voor zover deze betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw. Indien de cliënt een hoger uitrustingsniveau wenst, dient cliënt het verschil zelf te bekostigen. Voorwaarden zijn dan wel dat aan het programma van eisen wordt voldaan, de voorziening adequaat is en van vergelijkbare kwaliteit is als de geïndiceerde voorziening.
Met ingang van 1 januari 2022 treedt een aantal wijzigingen met betrekking tot toegankelijkheid van het Bouwbesluit 2012 in werking.
Voor nieuwbouwwoningen, gebouwd na 1 januari 2022, geldt dat de eis van maximaal 20 millimeter gaat gelden voor alle toegangen tot de woning. Dit geldt ook voor de route van de openbare weg naar de woning. Tot nu toe is slechts één toegankelijke toegang (bijvoorbeeld aan de achterkant) verplicht. Deze drempelverlaging maakt het makkelijker voor bijvoorbeeld mensen in een rolstoel of met een rollator om woningen binnen te gaan. Kosten in dit kader kunnen niet meer vanuit de Wmo vergoed worden.
Het persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening wordt vastgesteld aan de hand van de door het college geaccepteerde offerte die voldoet aan het programma van eisen. Het pgb wordt, indien noodzakelijk, verhoogd met de kosten voor onderhoud, keuring en reparatie voor zover de voorziening geen vast onderdeel vormt van de woning.
Als de aan te passen voorziening nog niet is afgeschreven, verwachten we dat de cliënt zelf ook een bijdrage levert. We sluiten daarbij zoveel mogelijk aan bij de gangbare normen zoals beschreven in: Huurverhoging na woonverbetering van de Huurcommissie (versie juni 2018).
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Woningaanpassing/woonvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Het Hogeland 2022-2