Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.5

Persoonsgebonden budget hulpmiddel en vervoersvoorziening

Onderdeel van Besluit Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2023

1. Bij de verstrekking van een pgb voor een hulpmiddel en vervoersvoorziening kunnen voor zover van toepassing in de individuele situatie, de volgende voorwaarden worden opgelegd: a. de inwoner moet een maatwerkvoorziening van goede kwaliteit aanschaffen volgens de door de gemeente daaraan gestelde eisen die zijn opgenomen in het ondersteuningsplan; b. de inwoner moet een onderhoudscontract af sluiten met een leverancier, waarin tenminste zijn opgenomen kosten van reparaties (inclusief onderdelen, voorrijdkosten en arbeidsloon), 24-uurs service, recht op gebruik van leenvoorziening, jaarlijks onderhoud en keuring; c. de gemeente verstrekt in de garantieperiode van de voorziening geen pgb voor onderhoud en service die binnen de garantie valt. De inwoner moet hiervoor de garantieperiode en voorwaarden van de voorziening aan de gemeente overleggen; d. de inwoner moet bij aanschaf van een vervoersvoorziening een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering af sluiten. 2. De inwoner moet de gemeente desgevraagd in de gelegenheid stellen de met het pgb aangeschafte maatwerkvoorziening te bezichtigen en te laten beoordelen. 3. Indien met het pgb een maatwerkvoorziening tweedehands wordt aangeschaft, dan wordt de hoogte van het te verstrekken pgb bedrag aan de hand van (offertes en) maatwerk vastgesteld. Dit is afhankelijk van de staat, het gebruik en de leeftijd van de maatwerkvoorziening. Het bedrag zal nooit hoger zijn dan een nieuw aan te schaffen voorziening. 4. Het pgb wordt direct na de beschikking uitgekeerd aan de inwoner. De inwoner levert ter verantwoording binnen 6 maanden in beginsel de nota(‘s) aan bij de gemeente. 5. De inwoner kan een financiële tegemoetkoming ontvangen voor de kosten van vervoer bij het gebruik van de eigen auto van maximaal € 380,- per jaar. De tegemoetkoming wordt per kwartaal uitbetaald. 6. De gemeente verstrekt een tegemoetkoming in de kosten voor taxi en rolstoeltaxi wanneer het collectief taxivervoer (ZOOV) en andere voorliggende vervoersvoorzieningen niet toereikend zijn. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming wordt uitgegaan van een normbedrag van €620,- per jaar. 7. De tegemoetkoming voor aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt maximaal €3500. Deze tegemoetkoming wordt maximaal één keer per drie jaar verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel