Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.7

Budgetperiode

Onderdeel van Besluit Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2023

1. Het pgb wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn, voor zover van toepassing, met de normale afschrijvingstermijn die geldt voor de met het pgb aan te schaffen dan wel in te kopen maatwerkvoorziening. 2. Daaronder worden ook de instandhoudingskosten gerekend. De inwoner dient de nota(‘s) hiervan in bij de gemeente. 3. Het pgb voor het onderhoud en de service van een voorziening kan na afloop van de afschrijvingstermijn van de voorziening doorlopen indien de voorziening nog adequaat en passend is. De inwoner dient de nota(‘s) hiervan in bij de gemeente. 4. Indien binnen de afschrijvingstermijn blijkt dat er geen recht bestond op de maatwerkvoorziening waarvoor het pgb is verstrekt doordat de inwoner (opzettelijk) onjuiste/onvolledige gegevens heeft verstrekt, wordt het pgb naar rato teruggevorderd dan wel de maatwerkvoorziening ingevorderd. 5. De periode waarvoor een pgb (voor aanschaf en onderhoud) voor een maatwerkvoorziening, of een financiële tegemoetkoming tenminste wordt toegekend, bedraagt voor: a. een scootmobiel: zeven jaar; b. een rolstoel: zeven jaar; c. een tillift: zeven jaar; d. een badlift: vijf jaar; e. douche- en toilethulpmiddelen: vijf jaar; f. sportvoorziening: drie jaar; g. traplift: zeven jaar; h. driewielfiets: zeven jaar; i. overige voorzieningen: afhankelijk van de technische levensduur van de voorziening. 6. Indien de inwoner voor afloop van de toegekende periode uit lid 5, geen gebruik meer maakt van de voorziening kan de gemeente de inwoner het verstrekte pgb vragen terug te betalen. Bij een toekenningsperiode van zeven jaar wordt het afschrijvingsschema uit artikel 3.1.2, lid 2 gehanteerd. Bij andere toekenningsperioden wordt de periode in gelijke delen verdeeld, dus bij 5 jaar neemt de terugbetaling ieder jaar met 20% af en bij 3 jaar met 33%. Het jaarlijks verstrekte bedrag voor service en onderhoud wordt niet terugbetaald door de inwoner. 7. Het is de inwoner (of de erven van de inwoner) niet toegestaan om de met een pgb aangeschafte voorziening te verkopen, zonder hiervoor toestemming te hebben van de gemeente. 8. Indien met het pgb een maatwerkvoorziening tweedehands wordt aangeschaft, dan wordt ten minste de resterende afschrijvingstermijn gehanteerd in plaats van de termijnen genoemd in 4.1.7, zesde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel