Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4

Artikel 3.5.4

Loonkostensubsidie

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Waddinxveen Samenredzaam 2022

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1.. De gemeente kent de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als de werknemer wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. Het gaat hierbij om inwoners die in het doelgroepenregister voor de banenafspraak staan van het UWV. Ook kan het zijn dat de gemeente heeft vastgesteld dat ze dit minimumloon niet kunnen verdienen (´praktijkroute´). 2.. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen door werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. 3.. De gemeente onderzoekt hoe productief de inwoner op de werkplek zal zijn (welke loonwaarde hij heeft). Dit onderzoek wordt door een deskundige uitgevoerd en is gebaseerd op kennis van werknemers met verminderde loonwaarde. 4.. De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van het inkomen dat de inwoner op de werkplek zou kunnen verdienen op basis van de cao van de werkgever, afgezet tegen de mogelijkheden van de inwoner om het werk te kunnen doen. 5.. De loonkostensubsidie is afhankelijk van de loonwaarde en is nooit hoger dan 70% van het wettelijk minimumloon plus de aanspraak op vakantietoeslag. Daar wordt een vergoeding voor werkgeverslasten bij opgeteld (zie artikel 10d lid 4 Participatiewet). 6.. Bij ziekte van de inwoner wordt het recht op loonkostensubsidie opgeschort zolang de werkgever een uitkering van het UWV krijgt (no-risk-polis). Te veel betaalde loonkostensubsidie wordt aan het einde van de arbeidsovereenkomst vastgesteld en door de werkgever terugbetaald aan gemeente. 7.. Het recht op loonkostensubsidie vervalt als de werkgever geen salaris meer voor de inwoner betaalt. 8.. De gemeente kan maximaal de eerste 6 maanden van het dienstverband een vaste (forfaitaire) loonkostensubsidie toekennen van 50 procent van het wettelijk minimumloon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel