Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Uitvoering van het Bibob-onderzoek vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor een vergunning als bedoeld in:

Onderdeel van Beleidsregel toepassing Wet Bibob 2022 gemeente Urk

1.. artikel 3 Alcoholwet (alcoholvergunning). artikel 30b van de Wet op de kansspelen (speelautomatenvergunning). artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (exploitatievergunning). artikel 3.4 van de Algemene Plaatselijke Verordening (exploitatievergunning seksinrichting, escortbedrijf). artikel 2.39 van de Algemene Plaatselijke Verordening (speelautomatenhal). 2.. Bij elke wijziging van een vergunning genoemd in het eerste lid vindt een Bibob-onderzoek in beginsel plaats: indien er sprake is van nieuwe vestiging van een inrichting of bedrijf en/of indien er sprake is van een overname of wijziging van een exploitant en/of indien er op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau of wanneer het Bureau een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of overige signalen vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiele, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Bovendien zal een Bibob-onderzoek plaatsvinden als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau blijkt, dat over de aanvrager van een beschikking, betrokkene bij een (voorgenomen) vastgoedtransactie of betrokkene bij een overheidsopdracht, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Bureau (artikel 11a Wet Bibob). Indien advies is uitgebracht bericht het Bureau over de mate van gevaar zoals dat is opgenomen in het advies. 3.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zal het bestuursorgaan ten aanzien van paracommerciële instellingen in beginsel uitsluitend een Bibob-onderzoek starten, indien er op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau of wanneer het Bureau een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of overige signalen vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiele, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel